34 Saba
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اَلۡحَمۡدُ لِلّٰہِ الَّذِیۡ لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ وَ لَہُ الۡحَمۡدُ فِی الۡاٰخِرَۃِ ؕ وَ ہُوَ الۡحَکِیۡمُ الۡخَبِیۡرُ ﴿۱﴾
034.001 Alhamdu lillahi allathee lahu ma fee alssamawati wama fee al-ardi walahu alhamdu fee al-akhirati wahuwa alhakeemu alkhabeeru
34:1 'Al-Hamd' (alle lof en dank) komt Allah toe. Degene waar alles, wat in de hemelen en op aarde is, aan toebehoort. Aan Hem komt 'Al-Hamd' (alle lof en dank) (ook) in het Hiernamaals toe. Hij is Al-Hakiem (de Alwijze), Al-Ghabier (Degene Die bekend is met alles.)

یَعۡلَمُ مَا یَلِجُ فِی الۡاَرۡضِ وَ مَا یَخۡرُجُ مِنۡہَا وَ مَا یَنۡزِلُ مِنَ السَّمَآءِ وَ مَا یَعۡرُجُ فِیۡہَا ؕ وَ ہُوَ الرَّحِیۡمُ الۡغَفُوۡرُ ﴿۲﴾
034.002 YaAAlamu ma yaliju fee al-ardi wama yakhruju minha wama yanzilu mina alssama-i wama yaAAruju feeha wahuwa alrraheemu alghafooru
34:2 Hij weet wat er in de aarde gaat en wat er vanuit komt, en wat vanuit de hemel (erop neerdaalt/valt), en wat er naar (de hemel) opstijgt. Hij is Ar-Rahiem (Degene die zeer Barmhartig is naar gelovigen toe), Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde). (Notitie: Dit is de enige Ayah/vers in de Koran, waarbij Rahiem eerst wordt genoemd en dan Gafoer. Er wordt namelijk hier niet over de daden van de mens gesproken.)

وَ قَالَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَا تَاۡتِیۡنَا السَّاعَۃُ ؕ قُلۡ بَلٰی وَ رَبِّیۡ لَتَاۡتِیَنَّکُمۡ ۙ عٰلِمِ الۡغَیۡبِ ۚ لَا یَعۡزُبُ عَنۡہُ مِثۡقَالُ ذَرَّۃٍ فِی السَّمٰوٰتِ وَ لَا فِی الۡاَرۡضِ وَ لَاۤ اَصۡغَرُ مِنۡ ذٰلِکَ وَ لَاۤ اَکۡبَرُ اِلَّا فِیۡ کِتٰبٍ مُّبِیۡنٍ ٭ۙ﴿۳﴾
034.003 Waqala allatheena kafaroo la ta/teena alssaAAatu qul bala warabbee lata/tiyannakum AAalimi alghaybi la yaAAzubu AAanhu mithqalu tharratin fee alssamawati wala fee al-ardi wala asgharu min thalika wala akbaru illa fee kitabin mubeenin
34:3 Echter, de ongelovigen zeggen: "Het uur (dag des oordeels) zal ons niet overkomen." Zeg: "Nee! Bij mijn heer, het zal zeker tot jullie komen. Hij is de Kenner van het ongeziene. Zelfs het gewicht van een atoom in de hemelen of op de aarde kan hem niet ontsnappen, noch iets kleiner dan dat of iets groots. Het is (allemaal) vermeld in een duidelijk boek.

لِّیَجۡزِیَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ ؕ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ مَّغۡفِرَۃٌ وَّ رِزۡقٌ کَرِیۡمٌ ﴿۴﴾
034.004 Liyajziya allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati ola-ika lahum maghfiratun warizqun kareemun
34:4 Zodat Hij degenen die geloven en goede daden doen, kan belonen. Voor hen is er vergiffenis en een nobele voorziening.

وَ الَّذِیۡنَ سَعَوۡ فِیۡۤ اٰیٰتِنَا مُعٰجِزِیۡنَ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عَذَابٌ مِّنۡ رِّجۡزٍ اَلِیۡمٌ ﴿۵﴾
034.005 Waallatheena saAAaw fee ayatina muAAajizeena ola-ika lahum AAathabun min rijzin aleemin
34:5 Maar degenen die tegen Onze tekenen/verzen strijden om een nederlaag (van de teken van Allah, zie 61:8) te veroorzaken, voor hen is er een pijnlijke straf van.

وَ یَرَی الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡعِلۡمَ الَّذِیۡۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ مِنۡ رَّبِّکَ ہُوَ الۡحَقَّ ۙ وَ یَہۡدِیۡۤ اِلٰی صِرَاطِ الۡعَزِیۡزِ الۡحَمِیۡدِ ﴿۶﴾
034.006 Wayara allatheena ootoo alAAilma allathee onzila ilayka min rabbika huwa alhaqqa wayahdee ila sirati alAAazeezi alhameedi
34:6 Degenen met kennis (de mensen van het boek, Joden, Christenen) zien dat wat van jouw Heer aan jou is geopenbaard, de waarheid is en dat het leidt naar het pad van de Almachtige (Al-Aziz), de Prijzenswaardige (Al-Hameed).

وَ قَالَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ہَلۡ نَدُلُّکُمۡ عَلٰی رَجُلٍ یُّنَبِّئُکُمۡ اِذَا مُزِّقۡتُمۡ کُلَّ مُمَزَّقٍ ۙ اِنَّکُمۡ لَفِیۡ خَلۡقٍ جَدِیۡدٍ ۚ﴿۷﴾
034.007 Waqala allatheena kafaroo hal nadullukum AAala rajulin yunabbi-okum itha muzziqtum kulla mumazzaqin innakum lafee khalqin jadeedin
34:7 Echter, de ongelovigen zeggen: "Moeten wij jullie naar een man brengen die jullie informeert, dat wanneer jullie volledig (tot stof) ontleed zijn, dat jullie (daarna) zeker een nieuwe creatie zullen worden?"

اَفۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا اَمۡ بِہٖ جِنَّۃٌ ؕ بَلِ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ فِی الۡعَذَابِ وَ الضَّلٰلِ الۡبَعِیۡدِ ﴿۸﴾
034.008 Aftara AAala Allahi kathiban am bihi jinnatun bali allatheena la yu/minoona bial-akhirati fee alAAathabi waalddalali albaAAeedi
34:8 (Zeggen ze:) "Heeft hij (Mohammed v.z.m.h.) een leugen over Allah verzonnen of is hij bezeten?" Nee! Degenen die niet in het hiernamaals geloven zullen in de straf bevinden. Ze zijn ver weg afgedwaald.

اَفَلَمۡ یَرَوۡا اِلٰی مَا بَیۡنَ اَیۡدِیۡہِمۡ وَ مَا خَلۡفَہُمۡ مِّنَ السَّمَآءِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ اِنۡ نَّشَاۡ نَخۡسِفۡ بِہِمُ الۡاَرۡضَ اَوۡ نُسۡقِطۡ عَلَیۡہِمۡ کِسَفًا مِّنَ السَّمَآءِ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لِّکُلِّ عَبۡدٍ مُّنِیۡبٍ ٪﴿۹﴾
034.009 Afalam yaraw ila ma bayna aydeehim wama khalfahum mina alssama-i waal-ardi in nasha/ nakhsif bihimu al-arda aw nusqit AAalayhim kisafan mina alssama-i inna fee thalika laayatan likulli AAabdin muneebin
34:9 Kijken ze dan niet naar de hemelen en de aarde, van al datgeen wat er voor hen en achter hen is? Als Wij het willen, dan kunnen Wij hen door de aarde laten inslikken (sinkholes) of delen van de hemel op hen doen laten vallen. Voorzeker, daarin is zeker een teken voor elke dienaar die zich naar Allah toekeert.

وَ لَقَدۡ اٰتَیۡنَا دَاوٗدَ مِنَّا فَضۡلًا ؕ یٰجِبَالُ اَوِّبِیۡ مَعَہٗ وَ الطَّیۡرَ ۚ وَ اَلَنَّا لَہُ الۡحَدِیۡدَ ﴿۰۱﴾
034.010 Walaqad atayna dawooda minna fadlan ya jibalu awwibee maAAahu waalttayra waalanna lahu alhadeeda
34:10 En waarlijk, Wij gaven Dawoed (David) een extra beloning\gunst(, zeggende): "O bergen, herhaal de lofprijzing (van Allah) met hem en de vogels!" En Wij maakten het ijzer buigzaam\zacht voor hem.

اَنِ اعۡمَلۡ سٰبِغٰتٍ وَّ قَدِّرۡ فِی السَّرۡدِ وَ اعۡمَلُوۡا صَالِحًا ؕ اِنِّیۡ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرٌ ﴿۱۱﴾
034.011 Ani iAAmal sabighatin waqaddir fee alssardi waiAAmaloo salihan innee bima taAAmaloona baseerun
34:11 (Wij zeiden:) "Maak vesten van ijzeren ringetjes (maliënkolders, dat beschermd tegen de aanval). Meet/tel precies de schakels en werk rechtvaardig. Voorzeker, Ik zie alles wat jullie doen."

وَ لِسُلَیۡمٰنَ الرِّیۡحَ غُدُوُّہَا شَہۡرٌ وَّ رَوَاحُہَا شَہۡرٌ ۚ وَ اَسَلۡنَا لَہٗ عَیۡنَ الۡقِطۡرِ ؕ وَ مِنَ الۡجِنِّ مَنۡ یَّعۡمَلُ بَیۡنَ یَدَیۡہِ بِاِذۡنِ رَبِّہٖ ؕ وَ مَنۡ یَّزِغۡ مِنۡہُمۡ عَنۡ اَمۡرِنَا نُذِقۡہُ مِنۡ عَذَابِ السَّعِیۡرِ ﴿۲۱﴾
034.012 Walisulaymana alrreeha ghuduwwuha shahrun warawahuha shahrun waasalna lahu AAayna alqitri wamina aljinni man yaAAmalu bayna yadayhi bi-ithni rabbihi waman yazigh minhum AAan amrina nuthiqhu min AAathabi alssaAAeeri
34:12 En voor Soelaiman (Solomon, zoon van Dawoed) (onderwierpen Wij) de wind (zie 21:81, 38:36). (De afstand die hij aflegde m.b.v. de wind tijdens) Zijn ochtend route was gelijk aan een maand (reizen in vergelijking tot de normale manier van reizen) en (de afstand tijdens) zijn middag route (terugkeer) was (ook) gelijk aan een maand (zie 38:36). En Wij deden een bron van gesmolten koper voor hem ontspringen\stromen. En (er waren) Djins die voor hem werkten met de toestemming van zijn Heer. En wie van hen afwijkte van Onze opdracht, Wij zullen hem de straf van het vuur laten proeven.

یَعۡمَلُوۡنَ لَہٗ مَا یَشَآءُ مِنۡ مَّحَارِیۡبَ وَ تَمَاثِیۡلَ وَ جِفَانٍ کَالۡجَوَابِ وَ قُدُوۡرٍ رّٰسِیٰتٍ ؕ اِعۡمَلُوۡۤا اٰلَ دَاوٗدَ شُکۡرًا ؕ وَ قَلِیۡلٌ مِّنۡ عِبَادِیَ الشَّکُوۡرُ ﴿۳۱﴾
034.013 YaAAmaloona lahu ma yashao min mahareeba watamatheela wajifanin kaaljawabi waqudoorin rasiyatin iAAmaloo ala dawooda shukran waqaleelun min AAibadiya alshshakooru
34:13 Ze maakten voor hem wat hij wilde, hoge gebouwen\kastelen\gebedsplaatsten, grote standbeelden, schalen/kommen zo groot als vijvers (voor het voeden van armen), en grote ketels (voor het bereiden van voedsel voor de armen) die zo zwaar waren dat ze niet verplaatst konden worden. (Er werd gezegd door Allah:) "Werk met dankbaarheid, familie van Dawoed!" Echter, weinig van Mijn dienaren zijn dankbaar.

فَلَمَّا قَضَیۡنَا عَلَیۡہِ الۡمَوۡتَ مَا دَلَّہُمۡ عَلٰی مَوۡتِہٖۤ اِلَّا دَآبَّۃُ الۡاَرۡضِ تَاۡکُلُ مِنۡسَاَتَہٗ ۚ فَلَمَّا خَرَّ تَبَیَّنَتِ الۡجِنُّ اَنۡ لَّوۡ کَانُوۡا یَعۡلَمُوۡنَ الۡغَیۡبَ مَا لَبِثُوۡا فِی الۡعَذَابِ الۡمُہِیۡنِ ﴿۴۱﴾
034.014 Falamma qadayna AAalayhi almawta ma dallahum AAala mawtihi illa dabbatu al-ardi ta/kulu minsaatahu falamma kharra tabayyanati aljinnu an law kanoo yaAAlamoona alghayba ma labithoo fee alAAathabi almuheeni
34:14 Toen Wij de dood voor hem voortbrachten\deed intreden, was er voor hen geen indicatie\teken van zijn dood. Er was alleen een beest (insect) dat zijn staf at. Dus toen hij omviel, werd het voor de Djiens duidelijk dat indien ze het ongeziene zouden kennen, dan zouden ze zich niet in de vernederende straf zijn gebleven.

لَقَدۡ کَانَ لِسَبَاٍ فِیۡ مَسۡکَنِہِمۡ اٰیَۃٌ ۚ جَنَّتٰنِ عَنۡ یَّمِیۡنٍ وَّ شِمَالٍ ۬ؕ کُلُوۡا مِنۡ رِّزۡقِ رَبِّکُمۡ وَ اشۡکُرُوۡا لَہٗ ؕ بَلۡدَۃٌ طَیِّبَۃٌ وَّ رَبٌّ غَفُوۡرٌ ﴿۵۱﴾
034.015 Laqad kana lisaba-in fee maskanihim ayatun jannatani AAan yameenin washimalin kuloo min rizqi rabbikum waoshkuroo lahu baldatun tayyibatun warabbun ghafoorun
34:15 Waarlijk, er was voor (de inwoners van) Saba een teken in hun woonplaats. (Ze hadden) twee tuinen, één aan de rechterkant en de andere aan de linkerkant. (Er werd tegen hen gezegd:) "Eet van de voorzieningen dat gegeven is door jullie Heer en wees Hem dankbaar. Het is een gezegend land en (wij hebben) een zeer vergevingsgezinde Heer."

فَاَعۡرَضُوۡا فَاَرۡسَلۡنَا عَلَیۡہِمۡ سَیۡلَ الۡعَرِمِ وَ بَدَّلۡنٰہُمۡ بِجَنَّتَیۡہِمۡ جَنَّتَیۡنِ ذَوَاتَیۡ اُکُلٍ خَمۡطٍ وَّ اَثۡلٍ وَّ شَیۡءٍ مِّنۡ سِدۡرٍ قَلِیۡلٍ ﴿۶۱﴾
034.016 FaaAAradoo faarsalna AAalayhim sayla alAAarimi wabaddalnahum bijannatayhim jannatayni thawatay okulin khamtin waathlin washay-in min sidrin qaleelin
34:16 Maar ze keerden zich af (van hun Heer). Dus zonden Wij op hen de overstroming (door doorbraak) van de dam en Wij veranderden hun twee tuinen met twee (andere) tuinen die bittere fruit, tamarisk planten\bomen, en enkele sidr\lote bomen voortbrachten.

ذٰلِکَ جَزَیۡنٰہُمۡ بِمَا کَفَرُوۡا ؕ وَ ہَلۡ نُجٰزِیۡۤ اِلَّا الۡکَفُوۡرَ ﴿۷۱﴾
034.017 Thalika jazaynahum bima kafaroo wahal nujazee illa alkafoora
34:17 Dat is hoe Wij hen vergolden omdat ze niet geloofden. En Wij vergelden niemand anders dan de ongelovige\ondankbare.

وَ جَعَلۡنَا بَیۡنَہُمۡ وَ بَیۡنَ الۡقُرَی الَّتِیۡ بٰرَکۡنَا فِیۡہَا قُرًی ظَاہِرَۃً وَّ قَدَّرۡنَا فِیۡہَا السَّیۡرَ ؕ سِیۡرُوۡا فِیۡہَا لَیَالِیَ وَ اَیَّامًا اٰمِنِیۡنَ ﴿۸۱﴾
034.018 WajaAAalna baynahum wabayna alqura allatee barakna feeha quran thahiratan waqaddarna feeha alssayra seeroo feeha layaliya waayyaman amineena
34:18 En wij maakten tussen hen en tussen de steden, welke Wij gezegend hadden, zichtbare steden\groei\welvaart. En Wij bepaalden tussen hen de afstand\reis: "Reis veilig tussen hen gedurende de nacht en overdag."

فَقَالُوۡا رَبَّنَا بٰعِدۡ بَیۡنَ اَسۡفَارِنَا وَ ظَلَمُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ فَجَعَلۡنٰہُمۡ اَحَادِیۡثَ وَ مَزَّقۡنٰہُمۡ کُلَّ مُمَزَّقٍ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّکُلِّ صَبَّارٍ شَکُوۡرٍ ﴿۹۱﴾
034.019 Faqaloo rabbana baAAid bayna asfarina wathalamoo anfusahum fajaAAalnahum ahadeetha wamazzaqnahum kulla mumazzaqin inna fee thalika laayatin likulli sabbarin shakoorin
34:19 Echter ze zeiden: "Onze Heer maak onze reis langer." Ze hadden (daarmee) zichzelf onrecht aangedaan, dus maakten Wij hen tot verhalen (met moraal) en Wij hebben hen volledig uitelkaar verspreid. Voorzeker, daarin zijn tekenen voor iedereen, die geduldig en dankbaar is.

وَ لَقَدۡ صَدَّقَ عَلَیۡہِمۡ اِبۡلِیۡسُ ظَنَّہٗ فَاتَّبَعُوۡہُ اِلَّا فَرِیۡقًا مِّنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۰۲﴾
034.020 Walaqad saddaqa AAalayhim ibleesu thannahu faittabaAAoohu illa fareeqan mina almu/mineena
34:20 Waarlijk, iblies zag zijn veronderstelling over hen (het kunnen misleiden van de mensheid) bewaarheid worden. Dus ze volgden hem, behalve een groep gelovigen.

وَ مَا کَانَ لَہٗ عَلَیۡہِمۡ مِّنۡ سُلۡطٰنٍ اِلَّا لِنَعۡلَمَ مَنۡ یُّؤۡمِنُ بِالۡاٰخِرَۃِ مِمَّنۡ ہُوَ مِنۡہَا فِیۡ شَکٍّ ؕ وَ رَبُّکَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ حَفِیۡظٌ ﴿۱۲﴾
034.021 Wama kana lahu AAalayhim min sultanin illa linaAAlama man yu/minu bial-akhirati mimman huwa minha fee shakkin warabbuka AAala kulli shay-in hafeethun
34:21 Hij (iblies) had geen enkel autoriteit/macht over hen. Het was alleen zodat Wij het duidelijk konden maken wie van degene die twijfelt, in het hiernamaals gelooft. Allah is over alles Al-Hafiez (Degene die over alles waakt).

قُلِ ادۡعُوا الَّذِیۡنَ زَعَمۡتُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ۚ لَا یَمۡلِکُوۡنَ مِثۡقَالَ ذَرَّۃٍ فِی السَّمٰوٰتِ وَ لَا فِی الۡاَرۡضِ وَ مَا لَہُمۡ فِیۡہِمَا مِنۡ شِرۡکٍ وَّ مَا لَہٗ مِنۡہُمۡ مِّنۡ ظَہِیۡرٍ ﴿۲۲﴾
034.022 Quli odAAoo allatheena zaAAamtum min dooni Allahi la yamlikoona mithqala tharratin fee alssamawati wala fee al-ardi wama lahum feehima min shirkin wama lahu minhum min thaheerin
34:22 Zeg: "Roep degenen waarvan jullie beweren dat ze deelgenoten naast Allah zijn!" Ze zijn zelfs geen eigenaar van iets dat gelijk is aan het gewicht van een atoom, noch in de hemelen, noch op de aarde. Voor hen is er geen enkel aandeel in het beheer van beide van hen (aarde en hemelen). Noch wordt Hij (Allah) door hen geholpen.

وَ لَا تَنۡفَعُ الشَّفَاعَۃُ عِنۡدَہٗۤ اِلَّا لِمَنۡ اَذِنَ لَہٗ ؕ حَتّٰۤی اِذَا فُزِّعَ عَنۡ قُلُوۡبِہِمۡ قَالُوۡا مَاذَا ۙ قَالَ رَبُّکُمۡ ؕ قَالُوا الۡحَقَّ ۚ وَ ہُوَ الۡعَلِیُّ الۡکَبِیۡرُ ﴿۳۲﴾
034.023 Wala tanfaAAu alshshafaAAatu AAindahu illa liman athina lahu hatta itha fuzziAAa AAan quloobihim qaloo matha qala rabbukum qaloo alhaqqa wahuwa alAAaliyyu alkabeeru
34:23 Bemiddeling met Hem (Allah) heeft geen baat, behalve voor wie Hij dat toestaat (zie 21:28, 78:38 m.b.t. bemiddelen door de engelen). Totdat wanneer de angst in harten (van de engelen) wegzakt, dan zullen ze (de engelen elkaar) vragen: "Wat heeft jouw Heer gezegd?" Ze zullen zeggen: "De waarheid." En Hij is Al-'Alie (de meest Verhevene), Al-Kabeer (de Grootste). (Notitie: Het bestuur/gezag/autoriteit van bemiddeling behoort alleen aan Allah toe, zie 39:44.)

قُلۡ مَنۡ یَّرۡزُقُکُمۡ مِّنَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ قُلِ اللّٰہُ ۙ وَ اِنَّاۤ اَوۡ اِیَّاکُمۡ لَعَلٰی ہُدًی اَوۡ فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۴۲﴾
034.024 Qul man yarzuqukum mina alssamawati waal-ardi quli Allahu wa-inna aw iyyakum laAAala hudan aw fee dalalin mubeenin
34:24 Zeg: "Wie verschaft (voorzieningen) voor jullie vanuit de hemelen en de aarde?" Zeg: "Allah. Voorzeker, het is wij of jullie, in ieder geval één van ons volgt de juiste leiding en de andere bevindt zich in een duidelijke dwaling."

قُلۡ لَّا تُسۡـَٔلُوۡنَ عَمَّاۤ اَجۡرَمۡنَا وَ لَا نُسۡـَٔلُ عَمَّا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۵۲﴾
034.025 Qul la tus-aloona AAamma ajramna wala nus-alu AAamma taAAmaloona
34:25 Zeg: "Jullie zullen niet worden ondervraagd voor de zonden die wij begaan, noch zullen wij worden ondervraagd voor datgeen wat jullie doen."

قُلۡ یَجۡمَعُ بَیۡنَنَا رَبُّنَا ثُمَّ یَفۡتَحُ بَیۡنَنَا بِالۡحَقِّ ؕ وَ ہُوَ الۡفَتَّاحُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۶۲﴾
034.026 Qul yajmaAAu baynana rabbuna thumma yaftahu baynana bialhaqqi wahuwa alfattahu alAAaleemu
34:26 Zeg: "Onze Heer zal ons allen verzamelen (op de dag des oordeels), vervolgens zal Hij tussen ons naar waarheid oordelen. Hij is Al-Fattaah (de Ultieme Rechter), Al-Aliem (de Alwetende)."

قُلۡ اَرُوۡنِیَ الَّذِیۡنَ اَلۡحَقۡتُمۡ بِہٖ شُرَکَآءَ کَلَّا ؕ بَلۡ ہُوَ اللّٰہُ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۷۲﴾
034.027 Qul arooniya allatheena alhaqtum bihi shurakaa kalla bal huwa Allahu alAAazeezu alhakeemu
34:27 Zeg: "Toon mij degene die jullie als deelgenoot/partners aan Hem toekennen. In geen geval! Nee, Hij is Allah, Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Wijze).

وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنٰکَ اِلَّا کَآفَّۃً لِّلنَّاسِ بَشِیۡرًا وَّ نَذِیۡرًا وَّ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸۲﴾
034.028 Wama arsalnaka illa kaffatan lilnnasi basheeran wanatheeran walakinna akthara alnnasi la yaAAlamoona
34:28 En Wij hebben jou (Mohammed v.z.m.h.) alleen gestuurd als een brenger van het goede nieuws (paradijs) en als een waarschuwer (voor de hel) voor alle mensen (ongeacht etniciteit). Maar de meeste mensen zijn zich daarvan niet bewust (dat hij voor alle mensen gestuurd is).

وَ یَقُوۡلُوۡنَ مَتٰی ہٰذَا الۡوَعۡدُ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۹۲﴾
034.029 Wayaqooloona mata hatha alwaAAdu in kuntum sadiqeena
34:29 Ze zeggen: "Wanneer zal deze belofte (dag des oordeels) plaats vinden, als je de waarheid spreekt?"

قُلۡ لَّکُمۡ مِّیۡعَادُ یَوۡمٍ لَّا تَسۡتَاۡخِرُوۡنَ عَنۡہُ سَاعَۃً وَّ لَا تَسۡتَقۡدِمُوۡنَ ﴿۰۳﴾
034.030 Qul lakum meeAAadu yawmin la tasta/khiroona AAanhu saAAatan wala tastaqdimoona
34:30 Zeg: "Er staat een (vast gestelde) afspraak voor jullie voor een (bepaalde) dag (de dood). Jullie kunnen het geen enkel uur uitstellen, noch kunnen jullie het versnellen." (Notitie: zie ook 7:34.)

وَ قَالَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَنۡ نُّؤۡمِنَ بِہٰذَا الۡقُرۡاٰنِ وَ لَا بِالَّذِیۡ بَیۡنَ یَدَیۡہِ ؕ وَ لَوۡ تَرٰۤی اِذِ الظّٰلِمُوۡنَ مَوۡقُوۡفُوۡنَ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ۚۖ یَرۡجِعُ بَعۡضُہُمۡ اِلٰی بَعۡضِۣ الۡقَوۡلَ ۚ یَقُوۡلُ الَّذِیۡنَ اسۡتُضۡعِفُوۡا لِلَّذِیۡنَ اسۡتَکۡبَرُوۡا لَوۡ لَاۤ اَنۡتُمۡ لَکُنَّا مُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۳﴾
034.031 Waqala allatheena kafaroo lan nu/mina bihatha alqur-ani wala biallathee bayna yadayhi walaw tara ithi alththalimoona mawqoofoona AAinda rabbihim yarjiAAu baAAduhum ila baAAdin alqawla yaqoolu allatheena istudAAifoo lillatheena istakbaroo lawla antum lakunna mu/mineena
34:31 En de ongelovigen zeggen: "Nooit zullen wij in deze Koran geloven, noch in datgeen wat ervoor (geopenbaard) was." Echter, als jullie het moment konden zien wanneer de misdadigers gedwongen zullen worden om voor hun Heer te staan, (dan) zou je zien hoe enkele van hen woorden naar anderen smijten. Degenen die onderdrukt waren zullen tegen degenen die hoogmoedig waren, zeggen: "Als jullie er niet waren geweest, dan behoorden we zonder twijfel tot de gelovigen!"

قَالَ الَّذِیۡنَ اسۡتَکۡبَرُوۡا لِلَّذِیۡنَ اسۡتُضۡعِفُوۡۤا اَنَحۡنُ صَدَدۡنٰکُمۡ عَنِ الۡہُدٰی بَعۡدَ اِذۡ جَآءَکُمۡ بَلۡ کُنۡتُمۡ مُّجۡرِمِیۡنَ ﴿۲۳﴾
034.032 Qala allatheena istakbaroo lillatheena istudAAifoo anahnu sadadnakum AAani alhuda baAAda ith jaakum bal kuntum mujrimeena
34:32 Degenen die arrogant waren zullen tegen degenen die onderdrukten waren zeggen: "Hebben wij jullie van de leiding verhindert nadat het tot jullie was gekomen? Nee, jullie waren zelf misdadigers!"

وَ قَالَ الَّذِیۡنَ اسۡتُضۡعِفُوۡا لِلَّذِیۡنَ اسۡتَکۡبَرُوۡا بَلۡ مَکۡرُ الَّیۡلِ وَ النَّہَارِ اِذۡ تَاۡمُرُوۡنَنَاۤ اَنۡ نَّکۡفُرَ بِاللّٰہِ وَ نَجۡعَلَ لَہٗۤ اَنۡدَادًا ؕ وَ اَسَرُّوا النَّدَامَۃَ لَمَّا رَاَوُا الۡعَذَابَ ؕ وَ جَعَلۡنَا الۡاَغۡلٰلَ فِیۡۤ اَعۡنَاقِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ؕ ہَلۡ یُجۡزَوۡنَ اِلَّا مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۳﴾
034.033 Waqala allatheena istudAAifoo lillatheena istakbaroo bal makru allayli waalnnahari ith ta/muroonana an nakfura biAllahi wanajAAala lahu andadan waasarroo alnnadamata lamma raawoo alAAathaba wajaAAalna al-aghlala fee aAAnaqi allatheena kafaroo hal yujzawna illa ma kanoo yaAAmaloona
34:33 En degenen die onderdrukt waren zullen tegen degenen die arrogant waren zeggen: "Nee! Het was een samenzwering van dag en nacht, jullie bevolen ons om niet in Allah te geloven en gelijken voor Hem aan te stellen." Ze zullen hun spijt verbergen als ze de straf zien. Wij zullen ijzeren halsbanden bij degenen die niet geloofden om hun nekken vast maken. Worden ze dan voor iets anders vergolden dan voor datgeen wat ze hebben gedaan?

وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنَا فِیۡ قَرۡیَۃٍ مِّنۡ نَّذِیۡرٍ اِلَّا قَالَ مُتۡرَفُوۡہَاۤ ۙ اِنَّا بِمَاۤ اُرۡسِلۡتُمۡ بِہٖ کٰفِرُوۡنَ ﴿۴۳﴾
034.034 Wama arsalna fee qaryatin min natheerin illa qala mutrafooha inna bima orsiltum bihi kafiroona
34:34 En bij elke waarschuwer die Wij stuurden naar een stad, zeiden de rijken onder hen: "Voorzeker, wij geloven niet in datgeen waarmee je gezonden bent."

وَ قَالُوۡا نَحۡنُ اَکۡثَرُ اَمۡوَالًا وَّ اَوۡلَادًا ۙ وَّ مَا نَحۡنُ بِمُعَذَّبِیۡنَ ﴿۵۳﴾
034.035 Waqaloo nahnu aktharu amwalan waawladan wama nahnu bimuAAaththabeena
34:35 Ze zeiden: "We hebben meer rijkdom en kinderen. We zullen niet worden gestraft."

قُلۡ اِنَّ رَبِّیۡ یَبۡسُطُ الرِّزۡقَ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یَقۡدِرُ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۳﴾
034.036 Qul inna rabbee yabsutu alrrizqa liman yashao wayaqdiru walakinna akthara alnnasi la yaAAlamoona
34:36 Zeg: "Voorzeker, mijn Heer vergroot en beperkt de voorzieningen voor wie Hij wilt. Maar de meeste mensen begrijpen het niet."

وَ مَاۤ اَمۡوَالُکُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُکُمۡ بِالَّتِیۡ تُقَرِّبُکُمۡ عِنۡدَنَا زُلۡفٰۤی اِلَّا مَنۡ اٰمَنَ وَ عَمِلَ صَالِحًا ۫ فَاُولٰٓئِکَ لَہُمۡ جَزَآءُ الضِّعۡفِ بِمَا عَمِلُوۡا وَ ہُمۡ فِی الۡغُرُفٰتِ اٰمِنُوۡنَ ﴿۷۳﴾
034.037 Wama amwalukum wala awladukum biallatee tuqarribukum AAindana zulfa illa man amana waAAamila salihan faola-ika lahum jazao alddiAAfi bima AAamiloo wahum fee alghurufati aminoona
34:37 Jullie rijkdom, noch jullie kinderen zullen jullie dichter bij Ons in positie brengen. Echter, wie gelooft en goede daden verricht, dat zijn degenen die dubbel beloont zullen worden voor wat ze deden. Ze zullen in hoog gelegen en veilige woningen verblijven.

وَ الَّذِیۡنَ یَسۡعَوۡنَ فِیۡۤ اٰیٰتِنَا مُعٰجِزِیۡنَ اُولٰٓئِکَ فِی الۡعَذَابِ مُحۡضَرُوۡنَ ﴿۸۳﴾
034.038 Waallatheena yasAAawna fee ayatina muAAajizeena ola-ika fee alAAathabi muhdaroona
34:38 En degenen die tegen Onze Ayat (tekenen, verzen) strijden om een nederlaag (van Onze tekenen) te veroorzaken, zij zijn degenen die naar de straf worden gebracht. (Notitie: zie ook 34:5)

قُلۡ اِنَّ رَبِّیۡ یَبۡسُطُ الرِّزۡقَ لِمَنۡ یَّشَآءُ مِنۡ عِبَادِہٖ وَ یَقۡدِرُ لَہٗ ؕ وَ مَاۤ اَنۡفَقۡتُمۡ مِّنۡ شَیۡءٍ فَہُوَ یُخۡلِفُہٗ ۚ وَ ہُوَ خَیۡرُ الرّٰزِقِیۡنَ ﴿۹۳﴾
034.039 Qul inna rabbee yabsutu alrrizqa liman yashao min AAibadihi wayaqdiru lahu wama anfaqtum min shay-in fahuwa yukhlifuhu wahuwa khayru alrraziqeena
34:39 Zeg: "Voorzeker, mijn Heer vergroot en verkleint de voorzieningen van Zijn dienaren voor wie Hij wilt. Wat jullie ervan uitgeven zal Hij het compenseren. Hij is de beste Voorziener.

وَ یَوۡمَ یَحۡشُرُہُمۡ جَمِیۡعًا ثُمَّ یَقُوۡلُ لِلۡمَلٰٓئِکَۃِ اَہٰۤؤُلَآءِ اِیَّاکُمۡ کَانُوۡا یَعۡبُدُوۡنَ ﴿۰۴﴾
034.040 Wayawma yahshuruhum jameeAAan thumma yaqoolu lilmala-ikati ahaola-i iyyakum kanoo yaAAbudoona
34:40 En de dag waarop Hij hen allen zal verzamelen, zal Hij tegen de engelen zeggen: "Waren deze die jullie aanbaden?"

قَالُوۡا سُبۡحٰنَکَ اَنۡتَ وَلِیُّنَا مِنۡ دُوۡنِہِمۡ ۚ بَلۡ کَانُوۡا یَعۡبُدُوۡنَ الۡجِنَّ ۚ اَکۡثَرُہُمۡ بِہِمۡ مُّؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۴﴾
034.041 Qaloo subhanaka anta waliyyuna min doonihim bal kanoo yaAAbudoona aljinna aktharuhum bihim mu/minoona
34:41 Ze zullen zeggen: "Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) bent U! U bent onze Beschermer, niet zij. Nee, zij aanbaden de Djiens. De meeste van hen geloofden in hen (de Djiens)."

فَالۡیَوۡمَ لَا یَمۡلِکُ بَعۡضُکُمۡ لِبَعۡضٍ نَّفۡعًا وَّ لَا ضَرًّا ؕ وَ نَقُوۡلُ لِلَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا ذُوۡقُوۡا عَذَابَ النَّارِ الَّتِیۡ کُنۡتُمۡ بِہَا تُکَذِّبُوۡنَ ﴿۲۴﴾
034.042 Faalyawma la yamliku baAAdukum libaAAdin nafAAan wala darran wanaqoolu lillatheena thalamoo thooqoo AAathaba alnnari allatee kuntum biha tukaththiboona
34:42 Maar op deze dag bevat geen enkele van jullie macht over een andere om te profiteren, noch om schade te berokkenen. Wij zullen tegen de misdadigers zeggen: "Proef de straf van het vuur, welke jullie verwierpen."

وَ اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتُنَا بَیِّنٰتٍ قَالُوۡا مَا ہٰذَاۤ اِلَّا رَجُلٌ یُّرِیۡدُ اَنۡ یَّصُدَّکُمۡ عَمَّا کَانَ یَعۡبُدُ اٰبَآؤُکُمۡ ۚ وَ قَالُوۡا مَا ہٰذَاۤ اِلَّاۤ اِفۡکٌ مُّفۡتَرًی ؕ وَ قَالَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لِلۡحَقِّ لَمَّا جَآءَہُمۡ ۙ اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّا سِحۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۳۴﴾
034.043 Wa-itha tutla AAalayhim ayatuna bayyinatin qaloo ma hatha illa rajulun yureedu an yasuddakum AAamma kana yaAAbudu abaokum waqaloo ma hatha illa ifkun muftaran waqala allatheena kafaroo lilhaqqi lamma jaahum in hatha illa sihrun mubeenun
34:43 En wanneer Onze duidelijke verzen tot hen wordt gereciteerd, zeggen ze: "Dit is alleen een man die jullie wilt verhinderen van datgeen wat jullie voorvaders aanbaden." En ze zeggen: "Dit is alleen een verzonnen leugen." En wanneer de waarheid tot hun doordringt\raakt\kwam zeggen de ongelovigen: "Dit is niets anders dan een duidelijke magie."

وَ مَاۤ اٰتَیۡنٰہُمۡ مِّنۡ کُتُبٍ یَّدۡرُسُوۡنَہَا وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنَاۤ اِلَیۡہِمۡ قَبۡلَکَ مِنۡ نَّذِیۡرٍ ﴿۴۴﴾
034.044 Wama ataynahum min kutubin yadrusoonaha wama arsalna ilayhim qablaka min natheerin
34:44 Wij hadden hen (de Arabieren) geen enkele schrift/boek, welke ze konden bestuderen, gegeven. En Wij hebben voordat jij gestuurd werd, geen enkele waarschuwer naar hen gestuurd.

وَ کَذَّبَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ۙ وَ مَا بَلَغُوۡا مِعۡشَارَ مَاۤ اٰتَیۡنٰہُمۡ فَکَذَّبُوۡا رُسُلِیۡ ۟ فَکَیۡفَ کَانَ نَکِیۡرِ ﴿۵۴﴾
034.045 Wakaththaba allatheena min qablihim wama balaghoo miAAshara ma ataynahum fakaththaboo rusulee fakayfa kana nakeeri
34:45 En degenen die vóór hen hebben geleefd, verwierpen (de waarheid). Ze (de Arabieren) hebben nog geen tiende van datgeen wat Wij hen hadden gegeven, bereikt. Zij verwierpen Mijn boodschappers. Dus hoe was (de vergelding van) Mijn afwijzing?

قُلۡ اِنَّمَاۤ اَعِظُکُمۡ بِوَاحِدَۃٍ ۚ اَنۡ تَقُوۡمُوۡا لِلّٰہِ مَثۡنٰی وَ فُرَادٰی ثُمَّ تَتَفَکَّرُوۡا ۟ مَا بِصَاحِبِکُمۡ مِّنۡ جِنَّۃٍ ؕ اِنۡ ہُوَ اِلَّا نَذِیۡرٌ لَّکُمۡ بَیۡنَ یَدَیۡ عَذَابٍ شَدِیۡدٍ ﴿۶۴﴾
034.046 Qul innama aAAithukum biwahidatin an taqoomoo lillahi mathna wafurada thumma tatafakkaroo ma bisahibikum min jinnatin in huwa illa natheerun lakum bayna yaday AAathabin shadeedin
34:46 Zeg: "Ik adviseer jullie alleen voor één ding, dat is dat jullie staan voor Allah in paren of alleen, en dan erover nadenkt." Jullie metgezel (Mohammed v.z.m.h.) is niet bezeten. Hij is alleen een boodschapper voor jullie, voordat er een zeer ernstige straf komt."

قُلۡ مَا سَاَلۡتُکُمۡ مِّنۡ اَجۡرٍ فَہُوَ لَکُمۡ ؕ اِنۡ اَجۡرِیَ اِلَّا عَلَی اللّٰہِ ۚ وَ ہُوَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ شَہِیۡدٌ ﴿۷۴﴾
034.047 Qul ma saaltukum min ajrin fahuwa lakum in ajriya illa AAala Allahi wahuwa AAala kulli shay-in shaheedun
34:47 Zeg: "Ik vraag jullie er geen beloning voor, het (de boodschap) is voor jullie. Mijn beloning is alleen van Allah. Hij is over alles een getuige."

قُلۡ اِنَّ رَبِّیۡ یَقۡذِفُ بِالۡحَقِّ ۚ عَلَّامُ الۡغُیُوۡبِ ﴿۸۴﴾
034.048 Qul inna rabbee yaqthifu bialhaqqi AAallamu alghuyoobi
34:48 Zeg: "Voorzeker, mij Heer gooit de waarheid (tegen de valsheid). Hij is al-Aliem (de Alwetende) van het ongeziene.

قُلۡ جَآءَ الۡحَقُّ وَ مَا یُبۡدِئُ الۡبَاطِلُ وَ مَا یُعِیۡدُ ﴿۹۴﴾
034.049 Qul jaa alhaqqu wama yubdi-o albatilu wama yuAAeedu
34:49 Zeg: "De waarheid is gekomen. De valsheid/bedrog/satan kan niets scheppen, noch (de schepping) herhalen (groei)." (Notitie: de waarheid brengt groei en evolutie met zich mee, terwijl de valsheid verderf en vernietiging met zich meebrengt.)

قُلۡ اِنۡ ضَلَلۡتُ فَاِنَّمَاۤ اَضِلُّ عَلٰی نَفۡسِیۡ ۚ وَ اِنِ اہۡتَدَیۡتُ فَبِمَا یُوۡحِیۡۤ اِلَیَّ رَبِّیۡ ؕ اِنَّہٗ سَمِیۡعٌ قَرِیۡبٌ ﴿۰۵﴾
034.050 Qul in dalaltu fa-innama adillu AAala nafsee wa-ini ihtadaytu fabima yoohee ilayya rabbee innahu sameeAAun qareebun
34:50 Zeg: "Als ik dwaal, dan dwaal ik alleen ten nadele van mijzelf. Maar als ik geleid wordt, dan komt het door datgeen wat mijn Heer aan mij heeft geopenbaard. Voorzeker, Hij is As-Samieu (de Alhorende) die altijd dichtbij is."

وَ لَوۡ تَرٰۤی اِذۡ فَزِعُوۡا فَلَا فَوۡتَ وَ اُخِذُوۡا مِنۡ مَّکَانٍ قَرِیۡبٍ ﴿۱۵﴾
034.051 Walaw tara ith faziAAoo fala fawta waokhithoo min makanin qareebin
34:51 Konden jullie maar het moment zien wanneer ze doodsbang zullen zijn met geen mogelijkheid tot ontsnapping. Ze zullen worden gegrepen vanuit een plek dat dichtbij hun is.

وَّ قَالُوۡۤا اٰمَنَّا بِہٖ ۚ وَ اَنّٰی لَہُمُ التَّنَاوُشُ مِنۡ مَّکَانٍۭ بَعِیۡدٍ ﴿۲۵﴾
034.052 Waqaloo amanna bihi waanna lahumu alttanawushu min makanin baAAeedin
34:52 Ze zullen zeggen: "We geloven erin!" Maar hoe kunnen ze het (de leiding) ontvangen (dus zichzelf zuiveren) vanuit een plek dat ver afgelegen is (van het wereldse leven). (Notitie: De leiding veroorzaakt een zuiveringsproces bij een persoon die het volgt, zodat hij meer goede daden verricht en zich zelf overgeeft aan de wetten van Allah. Echter, in het hiernamaals kan men geen goede daden meer verrichten, gezien het koninkrijk volledig aan Allah toebehoort en Hij iedereen direct voorziet van behoeftes. De enige zuiveringsproces wat dan nog mogelijk is, is de straf. Zie ook 6:27, 32:12.)

وَّ قَدۡ کَفَرُوۡا بِہٖ مِنۡ قَبۡلُ ۚ وَ یَقۡذِفُوۡنَ بِالۡغَیۡبِ مِنۡ مَّکَانٍۭ بَعِیۡدٍ ﴿۳۵﴾
034.053 Waqad kafaroo bihi min qablu wayaqthifoona bialghaybi min makanin baAAeedin
34:53 Waarlijk, ze geloofden er niet eerder in. En ze spraken alleen vermoedens uit over het ongeziene (tijdens het wereldse leven), ver weg (van waar ze zich nu bevinden).

وَ حِیۡلَ بَیۡنَہُمۡ وَ بَیۡنَ مَا یَشۡتَہُوۡنَ کَمَا فُعِلَ بِاَشۡیَاعِہِمۡ مِّنۡ قَبۡلُ ؕ اِنَّہُمۡ کَانُوۡا فِیۡ شَکٍّ مُّرِیۡبٍ ﴿۴۵﴾
034.054 Waheela baynahum wabayna ma yashtahoona kama fuAAila bi-ashyaAAihim min qablu innahum kanoo fee shakkin mureebin
34:54 En er zal een barrière worden geplaatst tussen hen en waar ze naar verlangen (het wereldse leven), zoals het vroeger gedaan was met hun soort (de ongelovigen die bestraft werden na het verwerpen van de boodschap). Voorzeker, ze hadden grote twijfels (met betrekking tot de boodschap/Koran). (Notitie: in het hiernamaals zullen de ongelovigen sterke verlangens hebben om terug te keren naar het wereldse leven om zichzelf te kunnen verbeteren, zie 23:99-100.)


www.heiligekoran.nl