40 Ghafier, Al-Momien
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
حٰمٓ ۚ﴿۱﴾
040.001 Ha-meem
40:1 Haa Mieeem

تَنۡزِیۡلُ الۡکِتٰبِ مِنَ اللّٰہِ الۡعَزِیۡزِ الۡعَلِیۡمِ ۙ﴿۲﴾
040.002 Tanzeelu alkitabi mina Allahi alAAazeezi alAAaleemi
40:2 De openbaring van het boek (Koran) is van Allah, Al-Aziez (de Almachtige), Al-Aliem (de Alwetende).

غَافِرِ الذَّنۡۢبِ وَ قَابِلِ التَّوۡبِ شَدِیۡدِ الۡعِقَابِ ۙ ذِی الطَّوۡلِ ؕ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ؕ اِلَیۡہِ الۡمَصِیۡرُ ﴿۳﴾
040.003 Ghafiri alththanbi waqabili alttawbi shadeedi alAAiqabi thee alttawli la ilaha illa huwa ilayhi almaseeru
40:3 De Vergever van de zonden, de Accepteerder van berouw, Streng in het straffen, Bezitter van (al) het rijkdom. Er is geen Deïteit/Godheid dan Hij. Tot Hem is de terugkeer.

مَا یُجَادِلُ فِیۡۤ اٰیٰتِ اللّٰہِ اِلَّا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فَلَا یَغۡرُرۡکَ تَقَلُّبُہُمۡ فِی الۡبِلَادِ ﴿۴﴾
040.004 Ma yujadilu fee ayati Allahi illa allatheena kafaroo fala yaghrurka taqallubuhum fee albiladi
40:4 Niemand gaat tegen de Ayahs (verzenen, tekenen) van Allah in, behalve degenen die niet geloven. Dus laat hun bezigheden in de steden jou niet doen bedriegen.

کَذَّبَتۡ قَبۡلَہُمۡ قَوۡمُ نُوۡحٍ وَّ الۡاَحۡزَابُ مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ ۪ وَ ہَمَّتۡ کُلُّ اُمَّۃٍۭ بِرَسُوۡلِہِمۡ لِیَاۡخُذُوۡہُ وَ جٰدَلُوۡا بِالۡبَاطِلِ لِیُدۡحِضُوۡا بِہِ الۡحَقَّ فَاَخَذۡتُہُمۡ ۟ فَکَیۡفَ کَانَ عِقَابِ ﴿۵﴾
040.005 Kaththabat qablahum qawmu noohin waal-ahzabu min baAAdihim wahammat kullu ommatin birasoolihim liya/khuthoohu wajadaloo bialbatili liyudhidoo bihi alhaqqa faakhathtuhum fakayfa kana AAiqabi
40:5 (Zo ook) verwierpen voor hen het volk van Noeh (Noach) en de groepen/sektes (die onstaan zijn) na hen. Elk 'Ummah' (gemeenschap) maakten plannen tegen hun boodschapper om hem te grijpen/doden. Ze disputeerden op basis van valsheid om de waarheid te weerleggen. Dus greep Ik hen. Hoe was dus mijn straf?

وَ کَذٰلِکَ حَقَّتۡ کَلِمَتُ رَبِّکَ عَلَی الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اَنَّہُمۡ اَصۡحٰبُ النَّارِ ۘ﴿۶﴾
040.006 Wakathalika haqqat kalimatu rabbika AAala allatheena kafaroo annahum as-habu alnnari
40:6 Dus werd het woord van jouw Heer op de ongelovigen, dat ze de bewoners van het vuur zijn, gerechtvaardigd.

اَلَّذِیۡنَ یَحۡمِلُوۡنَ الۡعَرۡشَ وَ مَنۡ حَوۡلَہٗ یُسَبِّحُوۡنَ بِحَمۡدِ رَبِّہِمۡ وَ یُؤۡمِنُوۡنَ بِہٖ وَ یَسۡتَغۡفِرُوۡنَ لِلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ۚ رَبَّنَا وَسِعۡتَ کُلَّ شَیۡءٍ رَّحۡمَۃً وَّ عِلۡمًا فَاغۡفِرۡ لِلَّذِیۡنَ تَابُوۡا وَ اتَّبَعُوۡا سَبِیۡلَکَ وَ قِہِمۡ عَذَابَ الۡجَحِیۡمِ ﴿۷﴾
040.007 Allatheena yahmiloona alAAarsha waman hawlahu yusabbihoona bihamdi rabbihim wayu/minoona bihi wayastaghfiroona lillatheena amanoo rabbana wasiAAta kulla shay-in rahmatan waAAilman faighfir lillatheena taboo waittabaAAoo sabeelaka waqihim AAathaba aljaheemi
40:7 Degenen (de engelen) die de troon dragen en die er omheen zijn, verheerlijken de lofprijzingen van hun Heer. Ze geloven in Hem en vragen om vergiffenis voor de gelovigen: "Onze Heer, U omvat alles met Uw barmhartigheid en kennis, vergeef dus degenen die berouw tonen en Uw pad volgen. Red hen van de straf van het vuur."

رَبَّنَا وَ اَدۡخِلۡہُمۡ جَنّٰتِ عَدۡنِۣ الَّتِیۡ وَعَدۡتَّہُمۡ وَ مَنۡ صَلَحَ مِنۡ اٰبَآئِہِمۡ وَ اَزۡوَاجِہِمۡ وَ ذُرِّیّٰتِہِمۡ ؕ اِنَّکَ اَنۡتَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ۙ﴿۸﴾
040.008 Rabbana waadkhilhum jannati AAadnin allatee waAAadtahum waman salaha min aba-ihim waazwajihim wathurriyyatihim innaka anta alAAazeezu alhakeemu
40:8 "Onze Heer, laat ze toe tot de tuinen van Eden, welke U hen heeft beloofd. En ook degenen wie oprecht was onder hun vaders, hun echtgenoten en hun kinderen. Waarlijk, U bent Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze)."

وَ قِہِمُ السَّیِّاٰتِ ؕ وَ مَنۡ تَقِ السَّیِّاٰتِ یَوۡمَئِذٍ فَقَدۡ رَحِمۡتَہٗ ؕ وَ ذٰلِکَ ہُوَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ٪﴿۹﴾
040.009 Waqihimu alssayyi-ati waman taqi alssayyi-ati yawma-ithin faqad rahimtahu wathalika huwa alfawzu alAAatheemu
40:9 "Bescherm hen voor de slechte daden. En wie U van de slechte daden beschermt (voor de straf) van die dag (dag des oordeels), waarlijk U heeft hem barmhartigheid geschonken. Dat is een groot succes!"

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا یُنَادَوۡنَ لَمَقۡتُ اللّٰہِ اَکۡبَرُ مِنۡ مَّقۡتِکُمۡ اَنۡفُسَکُمۡ اِذۡ تُدۡعَوۡنَ اِلَی الۡاِیۡمَانِ فَتَکۡفُرُوۡنَ ﴿۰۱﴾
040.010 Inna allatheena kafaroo yunadawna lamaqtu Allahi akbaru min maqtikum anfusakum ith tudAAawna ila al-eemani fatakfuroona
40:10 Voorzeker, er zal tegen de ongelovigen gezegd worden: "Allah's afkeer was groter dan de haat (nu) op julliezelf, toen jullie geroepen werden tot de Imaan (het geloof, het erkennen en geloven in Allah), maar jullie wilden niet geloven."

قَالُوۡا رَبَّنَاۤ اَمَتَّنَا اثۡنَتَیۡنِ وَ اَحۡیَیۡتَنَا اثۡنَتَیۡنِ فَاعۡتَرَفۡنَا بِذُنُوۡبِنَا فَہَلۡ اِلٰی خُرُوۡجٍ مِّنۡ سَبِیۡلٍ ﴿۱۱﴾
040.011 Qaloo rabbana amattana ithnatayni waahyaytana ithnatayni faiAAtarafna bithunoobina fahal ila khuroojin min sabeelin
40:11 Ze zullen zeggen: "Onze Heer! U heeft ons twee keer doen sterven en twee keer doen leven, we erkennen onze zonden. Is er een manier om er hier uit te komen?" (Notitie: op de dag des oordeels, zal er beseft worden dat slapen een vorm van dood was, zie ook 39:42.)

ذٰلِکُمۡ بِاَنَّہٗۤ اِذَا دُعِیَ اللّٰہُ وَحۡدَہٗ کَفَرۡتُمۡ ۚ وَ اِنۡ یُّشۡرَکۡ بِہٖ تُؤۡمِنُوۡا ؕ فَالۡحُکۡمُ لِلّٰہِ الۡعَلِیِّ الۡکَبِیۡرِ ﴿۲۱﴾
040.012 Thalikum bi-annahu itha duAAiya Allahu wahdahu kafartum wa-in yushrak bihi tu/minoo faalhukmu lillahi alAAaliyyi alkabeeri
40:12 (De bewakers van de hel zullen zeggen:) "Dat is omdat jullie niet geloofden toen Allah alleen werd aangeroepen. Maar wanneer anderen aan Hem werden toegekend, geloofden jullie. Dus het oordeel is bij Allah, Al-'Alie (De Allerhoogste, de Verhevene), Al-Kabier (De Allergrootste)."

ہُوَ الَّذِیۡ یُرِیۡکُمۡ اٰیٰتِہٖ وَ یُنَزِّلُ لَکُمۡ مِّنَ السَّمَآءِ رِزۡقًا ؕ وَ مَا یَتَذَکَّرُ اِلَّا مَنۡ یُّنِیۡبُ ﴿۳۱﴾
040.013 Huwa allathee yureekum ayatihi wayunazzilu lakum mina alssama-i rizqan wama yatathakkaru illa man yuneebu
40:13 Hij is Degene Die aan jullie Zijn teken laat zien en voorzieningen voor jullie vanuit de hemel neerzendt. Echter, niemand denkt erover na, behalve degene die zich (naar Hem) toekeert.

فَادۡعُوا اللّٰہَ مُخۡلِصِیۡنَ لَہُ الدِّیۡنَ وَ لَوۡ کَرِہَ الۡکٰفِرُوۡنَ ﴿۴۱﴾
040.014 FaodAAoo Allaha mukhliseena lahu alddeena walaw kariha alkafiroona
40:14 Dus roep Allah aan met oprechtheid in de "Dien" (manier van aanbidding, oprechte levenswijze, ethiek, volgens de wetten van Allah), ondanks dat de ongelovigen er een afkeer van hebben.

رَفِیۡعُ الدَّرَجٰتِ ذُو الۡعَرۡشِ ۚ یُلۡقِی الرُّوۡحَ مِنۡ اَمۡرِہٖ عَلٰی مَنۡ یَّشَآءُ مِنۡ عِبَادِہٖ لِیُنۡذِرَ یَوۡمَ التَّلَاقِ ﴿۵۱﴾
040.015 RafeeAAu alddarajati thoo alAAarshi yulqee alrrooha min amrihi AAala man yashao min AAibadihi liyunthira yawma alttalaqi
40:15 (Allah Hij is de) Bezitter van de hoogste rang, Bezitter van de troon. Door Zijn bevel, kent Hij de openbaring toe aan wie Hij wil van Zijn dienaren. Dit om te waarschuwen voor de dag van de ontmoeting (met Allah). (Notitie: Ruh is hier vertaald als openbaring, zie ook 42:52.)

یَوۡمَ ہُمۡ بٰرِزُوۡنَ ۬ۚ لَا یَخۡفٰی عَلَی اللّٰہِ مِنۡہُمۡ شَیۡءٌ ؕ لِمَنِ الۡمُلۡکُ الۡیَوۡمَ ؕ لِلّٰہِ الۡوَاحِدِ الۡقَہَّارِ ﴿۶۱﴾
040.016 Yawma hum barizoona la yakhfa AAala Allahi minhum shay-on limani almulku alyawma lillahi alwahidi alqahhari
40:16 Op de dag dat ze voortkomen (voor berechting), zal er niets voor Allah over hen verborgen zijn. Aan wie behoort het Koninkrijk deze dag? Voor Allah, Al-Wahied (de Enige), Al-Kahaar (Degene die alles regelt in zijn koninkrijk).

اَلۡیَوۡمَ تُجۡزٰی کُلُّ نَفۡسٍۭ بِمَا کَسَبَتۡ ؕ لَا ظُلۡمَ الۡیَوۡمَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَرِیۡعُ الۡحِسَابِ ﴿۷۱﴾
040.017 Alyawma tujza kullu nafsin bima kasabat la thulma alyawma inna Allaha sareeAAu alhisabi
40:17 Op deze dag, zal elke 'Nafs' beloond/vergolden worden voor datgeen wat het verdiend heeft. (Er is) geen enkel onrechtvaardigheid op deze dag! Voorzeker, Allah is snel in het afrekenen.

وَ اَنۡذِرۡہُمۡ یَوۡمَ الۡاٰزِفَۃِ اِذِ الۡقُلُوۡبُ لَدَی الۡحَنَاجِرِ کٰظِمِیۡنَ ۬ؕ مَا لِلظّٰلِمِیۡنَ مِنۡ حَمِیۡمٍ وَّ لَا شَفِیۡعٍ یُّطَاعُ ﴿۸۱﴾
040.018 Waanthirhum yawma al-azifati ithi alquloobu lada alhanajiri kathimeena ma lilththalimeena min hameemin wala shafeeAAin yutaAAu
40:18 Waarschuw hen voor de naderende dag, waarop de hartkloppingen de kelen verstikt. Er is voor de misdadigers geen enkel boezem vriend, noch enige bemiddelaar.

یَعۡلَمُ خَآئِنَۃَ الۡاَعۡیُنِ وَ مَا تُخۡفِی الصُّدُوۡرُ ﴿۹۱﴾
040.019 YaAAlamu kha-inata al-aAAyuni wama tukhfee alssudooru
40:19 Hij kent de gemene blikken en wat (de harten in) de borsten verbergt.

وَ اللّٰہُ یَقۡضِیۡ بِالۡحَقِّ ؕ وَ الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِہٖ لَا یَقۡضُوۡنَ بِشَیۡءٍ ؕ اِنَّ اللّٰہَ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡبَصِیۡرُ ﴿۰۲﴾
040.020 WaAllahu yaqdee bialhaqqi waallatheena yadAAoona min doonihi la yaqdoona bishay-in inna Allaha huwa alssameeAAu albaseeru
40:20 Allah oordeelt op basis van de waarheid, terwijl degenen die ze naast Hem aanroepen oordelen op basis van niets. Voorzeker, Allah Hij is As-Samieu (de Alhorende), Al-Basier (Al-Ziende).

اَوَ لَمۡ یَسِیۡرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ فَیَنۡظُرُوۡا کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الَّذِیۡنَ کَانُوۡا مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ کَانُوۡا ہُمۡ اَشَدَّ مِنۡہُمۡ قُوَّۃً وَّ اٰثَارًا فِی الۡاَرۡضِ فَاَخَذَہُمُ اللّٰہُ بِذُنُوۡبِہِمۡ ؕ وَ مَا کَانَ لَہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ مِنۡ وَّاقٍ ﴿۱۲﴾
040.021 Awa lam yaseeroo fee al-ardi fayanthuroo kayfa kana AAaqibatu allatheena kanoo min qablihim kanoo hum ashadda minhum quwwatan waatharan fee al-ardi faakhathahumu Allahu bithunoobihim wama kana lahum mina Allahi min waqin
40:21 Reizen ze niet op de aarde, en zien ze niet hoe het einde was van de generaties vóór hen? Ze hadden meer kracht dan hen en meer sporen (van bouwwerken die ze achtergelaten hebben) op de aarde. Maar Allah greep hen voor hun zonden. Er was geen enkele beschermer voor hen tegen Allah.

ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ کَانَتۡ تَّاۡتِیۡہِمۡ رُسُلُہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ فَکَفَرُوۡا فَاَخَذَہُمُ اللّٰہُ ؕ اِنَّہٗ قَوِیٌّ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۲۲﴾
040.022 Thalika bi-annahum kanat ta/teehim rusuluhum bialbayyinati fakafaroo faakhathahumu Allahu innahu qawiyyun shadeedu alAAiqabi
40:22 Dat was omdat hun profeten met duidelijke bewijzen tot hen kwamen, maar ze geloofden (de boodschap) niet. Dus Allah greep hen. Voorzeker, Hij is Al-Qawiy (de Aller Sterkste), streng in het straffen.

وَ لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَا مُوۡسٰی بِاٰیٰتِنَا وَ سُلۡطٰنٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۳۲﴾
040.023 Walaqad arsalna moosa bi-ayatina wasultanin mubeenin
40:23 Waarlijk, Wij zonden Moesa (Mozes) met Onze tekenen met een duidelijke autoriteit/gezag/zeggenschap,

اِلٰی فِرۡعَوۡنَ وَ ہَامٰنَ وَ قَارُوۡنَ فَقَالُوۡا سٰحِرٌ کَذَّابٌ ﴿۴۲﴾
040.024 Ila firAAawna wahamana waqaroona faqaloo sahirun kaththabun
40:24 tot Farao, Haman en Qaroen. Maar ze zeiden: "Een magiër, een leugenaar!"

فَلَمَّا جَآءَہُمۡ بِالۡحَقِّ مِنۡ عِنۡدِنَا قَالُوا اقۡتُلُوۡۤا اَبۡنَآءَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مَعَہٗ وَ اسۡتَحۡیُوۡا نِسَآءَہُمۡ ؕ وَ مَا کَیۡدُ الۡکٰفِرِیۡنَ اِلَّا فِیۡ ضَلٰلٍ ﴿۵۲﴾
040.025 Falamma jaahum bialhaqqi min AAindina qaloo oqtuloo abnaa allatheena amanoo maAAahu waistahyoo nisaahum wama kaydu alkafireena illa fee dalalin
40:25 Nadat hij de waarheid van Ons aan hen had gebracht, zeiden ze: "Dood de zonen van degenen die met hem geloven en spaar hun vrouwen." Maar het plan van de ongelovigen is alleen een dwaling (en raakt dus niet zijn doel).

وَ قَالَ فِرۡعَوۡنُ ذَرُوۡنِیۡۤ اَقۡتُلۡ مُوۡسٰی وَ لۡیَدۡعُ رَبَّہٗ ۚ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اَنۡ یُّبَدِّلَ دِیۡنَکُمۡ اَوۡ اَنۡ یُّظۡہِرَ فِی الۡاَرۡضِ الۡفَسَادَ ﴿۶۲﴾
040.026 Waqala firAAawnu tharoonee aqtul moosa walyadAAu rabbahu innee akhafu an yubaddila deenakum aw an yuthhira fee al-ardi alfasada
40:26 Farao zei: "Verlaat me, zodat ik Moesa kan doden en laat hem dan zijn Heer aanroepen. Ik ben bang dat hij jullie 'Dien' (manier van leven) zal veranderen of dat hij verderf in het land zal zaaien."

وَ قَالَ مُوۡسٰۤی اِنِّیۡ عُذۡتُ بِرَبِّیۡ وَ رَبِّکُمۡ مِّنۡ کُلِّ مُتَکَبِّرٍ لَّا یُؤۡمِنُ بِیَوۡمِ الۡحِسَابِ ﴿۷۲﴾
040.027 Waqala moosa innee AAuthtu birabbee warabbikum min kulli mutakabbirin la yu/minu biyawmi alhisabi
40:27 Moesa zei: "Ik zoek mijn toevlucht bij mijn Heer en jouw Heer tegen elke hoogmoedige die niet in de dag des oordeels gelooft."

وَ قَالَ رَجُلٌ مُّؤۡمِنٌ ٭ۖ مِّنۡ اٰلِ فِرۡعَوۡنَ یَکۡتُمُ اِیۡمَانَہٗۤ اَتَقۡتُلُوۡنَ رَجُلًا اَنۡ یَّقُوۡلَ رَبِّیَ اللّٰہُ وَ قَدۡ جَآءَکُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ مِنۡ رَّبِّکُمۡ ؕ وَ اِنۡ یَّکُ کَاذِبًا فَعَلَیۡہِ کَذِبُہٗ ۚ وَ اِنۡ یَّکُ صَادِقًا یُّصِبۡکُمۡ بَعۡضُ الَّذِیۡ یَعِدُکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِیۡ مَنۡ ہُوَ مُسۡرِفٌ کَذَّابٌ ﴿۸۲﴾
040.028 Waqala rajulun mu/minun min ali firAAawna yaktumu eemanahu ataqtuloona rajulan an yaqoola rabbiyya Allahu waqad jaakum bialbayyinati min rabbikum wa-in yaku kathiban faAAalayhi kathibuhu wa-in yaku sadiqan yusibkum baAAdu allathee yaAAidukum inna Allaha la yahdee man huwa musrifun kaththabun
40:28 Een gelovige man, die behoorde tot het volk van Farao en die zijn geloof verborg, zei: "Wilt u een man doden, omdat hij alleen zegt: 'Mijn Heer is Allah'? Zonder twijfel, hij is tot jou gekomen met duidelijke bewijzen van jouw Heer. Als hij liegt dan rust (de gevolgen van) de leugen alleen op hem. Maar als hij de waarheid spreekt, dan zal iets van datgeen waarmee hij jou bedreigt jou treffen. Voorzeker, Allah leidt niet degene die onderdrukt en liegt."

یٰقَوۡمِ لَکُمُ الۡمُلۡکُ الۡیَوۡمَ ظٰہِرِیۡنَ فِی الۡاَرۡضِ ۫ فَمَنۡ یَّنۡصُرُنَا مِنۡۢ بَاۡسِ اللّٰہِ اِنۡ جَآءَنَا ؕ قَالَ فِرۡعَوۡنُ مَاۤ اُرِیۡکُمۡ اِلَّا مَاۤ اَرٰی وَ مَاۤ اَہۡدِیۡکُمۡ اِلَّا سَبِیۡلَ الرَّشَادِ ﴿۹۲﴾
040.029 Ya qawmi lakumu almulku alyawma thahireena fee al-ardi faman yansuruna min ba/si Allahi in jaana qala firAAawnu ma oreekum illa ma ara wama ahdeekum illa sabeela alrrashadi
40:29 "Mijn volk! Het koninkrijk is vandaag voor jullie, jullie domineren/heersen het land. Maar wie zal ons helpen tegen de straf van Allah als het tot ons komt?" Farao zei: "Ik laat jullie alleen datgeen zien wat ik zie. Ik leid jullie alleen naar het rechte pad."

وَ قَالَ الَّذِیۡۤ اٰمَنَ یٰقَوۡمِ اِنِّیۡۤ اَخَافُ عَلَیۡکُمۡ مِّثۡلَ یَوۡمِ الۡاَحۡزَابِ ﴿۰۳﴾
040.030 Waqala allathee amana ya qawmi innee akhafu AAalaykum mithla yawmi al-ahzabi
40:30 Degene die geloofde zei: "O mijn volk! Ik vrees voor jullie (een dag) netals de dag van de (vroegere) gemeenschappen/generaties."

مِثۡلَ دَاۡبِ قَوۡمِ نُوۡحٍ وَّ عَادٍ وَّ ثَمُوۡدَ وَ الَّذِیۡنَ مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ ؕ وَ مَا اللّٰہُ یُرِیۡدُ ظُلۡمًا لِّلۡعِبَادِ ﴿۱۳﴾
040.031 Mithla da/bi qawmi noohin waAAadin wathamooda waallatheena min baAAdihim wama Allahu yureedu thulman lilAAibadi
40:31 "Zoals het resultaat van het volk van Noeh (Noach), Aad, en Thamoed, en ook degenen na hen. Allah wil geen enkel onrecht voor Zijn dienaren."

وَ یٰقَوۡمِ اِنِّیۡۤ اَخَافُ عَلَیۡکُمۡ یَوۡمَ التَّنَادِ ﴿۲۳﴾
040.032 Waya qawmi innee akhafu AAalaykum yawma alttanadi
40:32 "O mijn volk! Ik vrees voor jullie de dag van het geluid (van de trompet op de dag des oordeels, zie 18:99)."

یَوۡمَ تُوَلُّوۡنَ مُدۡبِرِیۡنَ ۚ مَا لَکُمۡ مِّنَ اللّٰہِ مِنۡ عَاصِمٍ ۚ وَ مَنۡ یُّضۡلِلِ اللّٰہُ فَمَا لَہٗ مِنۡ ہَادٍ ﴿۳۳﴾
040.033 Yawma tuwalloona mudbireena ma lakum mina Allahi min AAasimin waman yudlili Allahu fama lahu min hadin
40:33 "Een dag waarop jullie omdraaien om te vluchten. Er zal geen enkel bescherming voor jullie zijn tegen Allah. En wie Allah laat dwalen dan is er geen enkel leiding voor hem."

وَ لَقَدۡ جَآءَکُمۡ یُوۡسُفُ مِنۡ قَبۡلُ بِالۡبَیِّنٰتِ فَمَا زِلۡتُمۡ فِیۡ شَکٍّ مِّمَّا جَآءَکُمۡ بِہٖ ؕ حَتّٰۤی اِذَا ہَلَکَ قُلۡتُمۡ لَنۡ یَّبۡعَثَ اللّٰہُ مِنۡۢ بَعۡدِہٖ رَسُوۡلًا ؕ کَذٰلِکَ یُضِلُّ اللّٰہُ مَنۡ ہُوَ مُسۡرِفٌ مُّرۡتَابُۨ ﴿۴۳﴾
040.034 Walaqad jaakum yoosufu min qablu bialbayyinati fama ziltum fee shakkin mimma jaakum bihi hatta itha halaka qultum lan yabAAatha Allahu min baAAdihi rasoolan kathalika yudillu Allahu man huwa musrifun murtabun
40:34 "Waarlijk Yusuf (Jozef), kwam eerder tot jullie met duidelijke bewijzen. Echter, jullie hielden je vast aan twijfel over datgeen wat hij voor jullie had gebracht. Totdat hij stierf, (toen) zeiden jullie: "Nooit zal Allah een (nieuwe) boodschapper na hem sturen." Allah laat degenen dwalen die een Musrif (godenaanbidder, overtreder, misdadiger, zware zondenaar) is en die twijfelt (aan het monotheïsme)."

الَّذِیۡنَ یُجَادِلُوۡنَ فِیۡۤ اٰیٰتِ اللّٰہِ بِغَیۡرِ سُلۡطٰنٍ اَتٰہُمۡ ؕ کَبُرَ مَقۡتًا عِنۡدَ اللّٰہِ وَ عِنۡدَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ؕ کَذٰلِکَ یَطۡبَعُ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ قَلۡبِ مُتَکَبِّرٍ جَبَّارٍ ﴿۵۳﴾
040.035 Allatheena yujadiloona fee ayati Allahi bighayri sultanin atahum kabura maqtan AAinda Allahi waAAinda allatheena amanoo kathalika yatbaAAu Allahu AAala kulli qalbi mutakabbirin jabbarin
40:35 "Degenen die de Ayahs (tekenen, verzen) van Allah tegenwerken\weerleggen zonder dat er enige autoriteit/gezag (ervoor) tot hen was gekomen, zij zijn zeer afkerig bij Allah en bij de gelovigen. Allah verzegeld daarom elk hart van een arrogante tiran."

وَ قَالَ فِرۡعَوۡنُ یٰہَامٰنُ ابۡنِ لِیۡ صَرۡحًا لَّعَلِّیۡۤ اَبۡلُغُ الۡاَسۡبَابَ ﴿۶۳﴾
040.036 Waqala firAAawnu ya hamanu ibni lee sarhan laAAallee ablughu al-asbaba
40:36 Farao zei: "Haman! Bouw voor mij een hoge bouwwerk, zodat dat ik de wegen kan bereiken,

اَسۡبَابَ السَّمٰوٰتِ فَاَطَّلِعَ اِلٰۤی اِلٰہِ مُوۡسٰی وَ اِنِّیۡ لَاَظُنُّہٗ کَاذِبًا ؕ وَ کَذٰلِکَ زُیِّنَ لِفِرۡعَوۡنَ سُوۡٓءُ عَمَلِہٖ وَ صُدَّ عَنِ السَّبِیۡلِ ؕ وَ مَا کَیۡدُ فِرۡعَوۡنَ اِلَّا فِیۡ تَبَابٍ ﴿۷۳﴾
040.037 Asbaba alssamawati faattaliAAa ila ilahi moosa wa-innee laathunnuhu kathiban wakathalika zuyyina lifirAAawna soo-o AAamalihi wasudda AAani alssabeeli wama kaydu firAAawna illa fee tababin
40:37 de wegen naar de hemelen toe. Zodat ik de godheid/deïteit van Moesa kan zien. Ik denk echt dat hij liegt." En dus werd voor Farao het kwaad van zijn daad schoonschijnend gemaakt. Hij was afgedwaald van (het rechte) pad. Het plan van Farao leidde alleen naar verderf en ondergang.

وَ قَالَ الَّذِیۡۤ اٰمَنَ یٰقَوۡمِ اتَّبِعُوۡنِ اَہۡدِکُمۡ سَبِیۡلَ الرَّشَادِ ﴿۸۳﴾
040.038 Waqala allathee amana ya qawmi ittabiAAooni ahdikum sabeela alrrashadi
40:38 Degenen die geloofde zei: "O mijn volk! Volg mij, ik zal jullie leiden naar het rechte pad."

یٰقَوۡمِ اِنَّمَا ہٰذِہِ الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَا مَتَاعٌ ۫ وَّ اِنَّ الۡاٰخِرَۃَ ہِیَ دَارُ الۡقَرَارِ ﴿۹۳﴾
040.039 Ya qawmi innama hathihi alhayatu alddunya mataAAun wa-inna al-akhirata hiya daru alqarari
40:39 "Mijn volk! Dit is alleen de genieting van het wereldse leven! Het huis in het hiernamaals is voor altijd."

مَنۡ عَمِلَ سَیِّئَۃً فَلَا یُجۡزٰۤی اِلَّا مِثۡلَہَا ۚ وَ مَنۡ عَمِلَ صَالِحًا مِّنۡ ذَکَرٍ اَوۡ اُنۡثٰی وَ ہُوَ مُؤۡمِنٌ فَاُولٰٓئِکَ یَدۡخُلُوۡنَ الۡجَنَّۃَ یُرۡزَقُوۡنَ فِیۡہَا بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۰۴﴾
040.040 Man AAamila sayyi-atan fala yujza illa mithlaha waman AAamila salihan min thakarin aw ontha wahuwa mu/minun faola-ika yadkhuloona aljannata yurzaqoona feeha bighayri hisabin
40:40 "Wie slecht doet, dan zal hij alleen vergolden worden met het gelijke ervan. En wie goed doet, zowel mannelijk als vrouwelijk en gelovig is, dan zullen ze het paradijs betreden. Zij zullen erin voorzien worden zonder enige afrekening\tegen prestatie."

وَ یٰقَوۡمِ مَا لِیۡۤ اَدۡعُوۡکُمۡ اِلَی النَّجٰوۃِ وَ تَدۡعُوۡنَنِیۡۤ اِلَی النَّارِ ﴿۱۴﴾
040.041 Waya qawmi malee adAAookum ila alnnajati watadAAoonanee ila alnnari
40:41 "Mijn volk! Hoe kan ik jullie tot de verlossing roepen, terwijl jullie mij tot het vuur roepen?!"

تَدۡعُوۡنَنِیۡ لِاَکۡفُرَ بِاللّٰہِ وَ اُشۡرِکَ بِہٖ مَا لَیۡسَ لِیۡ بِہٖ عِلۡمٌ ۫ وَّ اَنَا اَدۡعُوۡکُمۡ اِلَی الۡعَزِیۡزِ الۡغَفَّارِ ﴿۲۴﴾
040.042 TadAAoonanee li-akfura biAllahi waoshrika bihi ma laysa lee bihi AAilmun waana adAAookum ila alAAazeezi alghaffari
40:42 "Jullie nodig mij uit om niet in Allah te geloven en deelgenoten aan toe te kennen waar ik geen enkel kennis van heb. Ik roep jullie tot Al-Aziez (de Machtige), Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde)."

لَا جَرَمَ اَنَّمَا تَدۡعُوۡنَنِیۡۤ اِلَیۡہِ لَیۡسَ لَہٗ دَعۡوَۃٌ فِی الدُّنۡیَا وَ لَا فِی الۡاٰخِرَۃِ وَ اَنَّ مَرَدَّنَاۤ اِلَی اللّٰہِ وَ اَنَّ الۡمُسۡرِفِیۡنَ ہُمۡ اَصۡحٰبُ النَّارِ ﴿۳۴﴾
040.043 La jarama annama tadAAoonanee ilayhi laysa lahu daAAwatun fee alddunya wala fee al-akhirati waanna maraddana ila Allahi waanna almusrifeena hum as-habu alnnari
40:43 "Ongetwijfeld, datgeen waar jullie me naar toe roepen, hebben niets te zeggen over de wereld of het hiernamaals. Onze terugkeer is naar Allah en de Al-Musrifoen (goden aanbidders, de overtreders die tegen Allah's wetten in gaan) zullen de bewoners van het Vuur zijn."

فَسَتَذۡکُرُوۡنَ مَاۤ اَقُوۡلُ لَکُمۡ ؕ وَ اُفَوِّضُ اَمۡرِیۡۤ اِلَی اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ بَصِیۡرٌۢ بِالۡعِبَادِ ﴿۴۴﴾
040.044 Fasatathkuroona ma aqoolu lakum waofawwidu amree ila Allahi inna Allaha baseerun bialAAibadi
40:44 "Jullie zullen (dan) herinneren wat ik tegen jullie heb gezegd. Ik stel mijn vertrouwen op Allah. Zonder twijfel Allah is Al-ziende over zijn dienaren."

فَوَقٰىہُ اللّٰہُ سَیِّاٰتِ مَا مَکَرُوۡا وَ حَاقَ بِاٰلِ فِرۡعَوۡنَ سُوۡٓءُ الۡعَذَابِ ﴿۵۴﴾
040.045 Fawaqahu Allahu sayyi-ati ma makaroo wahaqa bi-ali firAAawna soo-o alAAathabi
40:45 Dus Allah beschermde hem tegen het kwaad wat ze planden, en greep het volk van Farao met zware straffen.

اَلنَّارُ یُعۡرَضُوۡنَ عَلَیۡہَا غُدُوًّا وَّ عَشِیًّا ۚ وَ یَوۡمَ تَقُوۡمُ السَّاعَۃُ ۟ اَدۡخِلُوۡۤا اٰلَ فِرۡعَوۡنَ اَشَدَّ الۡعَذَابِ ﴿۶۴﴾
040.046 Alnnaru yuAAradoona AAalayha ghuduwwan waAAashiyyan wayawma taqoomu alssaAAatu adkhiloo ala firAAawna ashadda alAAathabi
40:46 (Hun verblijf plaats is) Het vuur, ze worden er in de ochtend en in de avond aan blootgesteld. Op de dag dat het uur wordt gevestigd (zal er worden gezegd:) "Geef het volk van de Farao de zwaarste straf."

وَ اِذۡ یَتَحَآجُّوۡنَ فِی النَّارِ فَیَقُوۡلُ الضُّعَفٰٓؤُا لِلَّذِیۡنَ اسۡتَکۡبَرُوۡۤا اِنَّا کُنَّا لَکُمۡ تَبَعًا فَہَلۡ اَنۡتُمۡ مُّغۡنُوۡنَ عَنَّا نَصِیۡبًا مِّنَ النَّارِ ﴿۷۴﴾
040.047 Wa-ith yatahajjoona fee alnnari fayaqoolu aldduAAafao lillatheena istakbaroo inna kunna lakum tabaAAan fahal antum mughnoona AAanna naseeban mina alnnari
40:47 Wanneer ze met elkaar discussiëren in het vuur, dan zullen de zwakken tegen degenen die hoogmoedig waren, zeggen: "Voorzeker, wij waren jullie volgelingen, kunnen jullie daarom een deel van het vuur voor ons afwenden\tegen houden?"

قَالَ الَّذِیۡنَ اسۡتَکۡبَرُوۡۤا اِنَّا کُلٌّ فِیۡہَاۤ ۙ اِنَّ اللّٰہَ قَدۡ حَکَمَ بَیۡنَ الۡعِبَادِ ﴿۸۴﴾
040.048 Qala allatheena istakbaroo inna kullun feeha inna Allaha qad hakama bayna alAAibadi
40:48 Degenen die hoogmoedig waren, zullen zeggen: "Wij zijn er allemaal in. Allah heeft al geoordeeld over Zijn dienaren."

وَ قَالَ الَّذِیۡنَ فِی النَّارِ لِخَزَنَۃِ جَہَنَّمَ ادۡعُوۡا رَبَّکُمۡ یُخَفِّفۡ عَنَّا یَوۡمًا مِّنَ الۡعَذَابِ ﴿۹۴﴾
040.049 Waqala allatheena fee alnnari likhazanati jahannama odAAoo rabbakum yukhaffif AAanna yawman mina alAAathabi
40:49 Degenen die in het vuur zijn zullen tegen de bewakers van de hel zeggen: "Vraag jullie Heer, om voor ons de straf met één dag te verlichten."

قَالُوۡۤا اَوَ لَمۡ تَکُ تَاۡتِیۡکُمۡ رُسُلُکُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ ؕ قَالُوۡا بَلٰی ؕ قَالُوۡا فَادۡعُوۡا ۚ وَ مَا دُعٰٓؤُا الۡکٰفِرِیۡنَ اِلَّا فِیۡ ضَلٰلٍ ﴿۰۵﴾
040.050 Qaloo awa lam taku ta/teekum rusulukum bialbayyinati qaloo bala qaloo faodAAoo wama duAAao alkafireena illa fee dalalin
40:50 Zij (de bewakers) zullen zeggen: "Kwamen er geen boodschappers tot jullie met duidelijke bewijzen?" Ze zullen zeggen: "Ja." Zij (de bewakers) zullen zeggen: "Roep dan (zelf) aan. Maar (weet dat) de aanroeping van de ongelovigen is niets anders dan dwaling."

اِنَّا لَنَنۡصُرُ رُسُلَنَا وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ یَوۡمَ یَقُوۡمُ الۡاَشۡہَادُ ﴿۱۵﴾
040.051 Inna lanansuru rusulana waallatheena amanoo fee alhayati alddunya wayawma yaqoomu al-ashhadu
40:51 Wij (Allah) zullen zonder twijfel Onze boodschappers en (ook) degenen die geloven gedurende het wereldse leven helpen en (ook) op de dag waarop de getuigen zullen staan.

یَوۡمَ لَا یَنۡفَعُ الظّٰلِمِیۡنَ مَعۡذِرَتُہُمۡ وَ لَہُمُ اللَّعۡنَۃُ وَ لَہُمۡ سُوۡٓءُ الدَّارِ ﴿۲۵﴾
040.052 Yawma la yanfaAAu alththalimeena maAAthiratuhum walahumu allaAAnatu walahum soo-o alddari
40:52 (Op die) dag zal het excuus van de misdadigers geen voordeel bieden. Voor hen is de vloek (de uitsluiting van Allah's barmhartigheid zie 7:44) en de slechtste thuis plek (de hel).

وَ لَقَدۡ اٰتَیۡنَا مُوۡسَی الۡہُدٰی وَ اَوۡرَثۡنَا بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ الۡکِتٰبَ ﴿۳۵﴾
040.053 Walaqad atayna moosa alhuda waawrathna banee isra-eela alkitaba
40:53 Waarlijk, Wij gaven Moesa de leiding en deden de kinderen van Israël het boek erven,

ہُدًی وَّ ذِکۡرٰی لِاُولِی الۡاَلۡبَابِ ﴿۴۵﴾
040.054 Hudan wathikra li-olee al-albabi
40:54 als een leiding en een herinnering voor degenen met verstand.

فَاصۡبِرۡ اِنَّ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقٌّ وَّ اسۡتَغۡفِرۡ لِذَنۡۢبِکَ وَ سَبِّحۡ بِحَمۡدِ رَبِّکَ بِالۡعَشِیِّ وَ الۡاِبۡکَارِ ﴿۵۵﴾
040.055 Faisbir inna waAAda Allahi haqqun waistaghfir lithanbika wasabbih bihamdi rabbika bialAAashiyyi waal-ibkari
40:55 Wees dus geduldig. Voorzeker, de belofte van Allah is waar. Vraag vergiffenis voor jouw zonden. Betoon dank en eer aan jouw Heer, in de avond en in de ochtend.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یُجَادِلُوۡنَ فِیۡۤ اٰیٰتِ اللّٰہِ بِغَیۡرِ سُلۡطٰنٍ اَتٰہُمۡ ۙ اِنۡ فِیۡ صُدُوۡرِہِمۡ اِلَّا کِبۡرٌ مَّا ہُمۡ بِبَالِغِیۡہِ ۚ فَاسۡتَعِذۡ بِاللّٰہِ ؕ اِنَّہٗ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡبَصِیۡرُ ﴿۶۵﴾
040.056 Inna allatheena yujadiloona fee ayati Allahi bighayri sultanin atahum in fee sudoorihim illa kibrun ma hum bibaligheehi faistaAAith biAllahi innahu huwa alssameeAAu albaseeru
40:56 Degenen die ruzie maken/disputeren met betrekking tot de tekenen van Allah, zonder dat er enige machtiging/gezag/autoriteit aan hen gegeven is, hebben niets anders dan hoogmoed in hun borsten. Ze zullen het (doel) niet kunnen bereiken. Dus, zoek toevlucht bij Allah, Hij is As-Samieu (de Alhorende), Al-Basier (de Alziende). (Notitie, zie 61:8 het doel is dat ze Allah's licht door hun monden proberen te doven.)

لَخَلۡقُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ اَکۡبَرُ مِنۡ خَلۡقِ النَّاسِ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۷۵﴾
040.057 Lakhalqu alssamawati waal-ardi akbaru min khalqi alnnasi walakinna akthara alnnasi la yaAAlamoona
40:57 Zonder twijfel, de schepping van de hemelen en de aarde is groter dan de schepping van de mens. Maar de meeste mensen zien dat niet.

وَ مَا یَسۡتَوِی الۡاَعۡمٰی وَ الۡبَصِیۡرُ ۬ۙ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ وَ لَا الۡمُسِیۡٓءُ ؕ قَلِیۡلًا مَّا تَتَذَکَّرُوۡنَ ﴿۸۵﴾
040.058 Wama yastawee al-aAAma waalbaseeru waallatheena amanoo waAAamiloo alssalihati wala almusee-o qaleelan ma tatathakkaroona
40:58 De blinde is niet gelijk aan de ziende. Noch zijn degenen die geloven en goede daden verrichten gelijk aan degenen die kwaad doen. Weinig is waar jullie er lering uit trekken.

اِنَّ السَّاعَۃَ لَاٰتِیَۃٌ لَّا رَیۡبَ فِیۡہَا وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۹۵﴾
040.059 Inna alssaAAata laatiyatun la rayba feeha walakinna akthara alnnasi la yu/minoona
40:59 Het uur komt zeker. Er is geen enkel twijfel eraan, maar de meeste mensen geloven niet.

وَ قَالَ رَبُّکُمُ ادۡعُوۡنِیۡۤ اَسۡتَجِبۡ لَکُمۡ ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ یَسۡتَکۡبِرُوۡنَ عَنۡ عِبَادَتِیۡ سَیَدۡخُلُوۡنَ جَہَنَّمَ دٰخِرِیۡنَ ﴿۰۶﴾
040.060 Waqala rabbukumu odAAoonee astajib lakum inna allatheena yastakbiroona AAan AAibadatee sayadkhuloona jahannama dakhireena
40:60 Jouw Heer zei: "Roep mij aan! Ik zal jullie antwoorden. Degenen die hoogmoedig zijn om Mij te aanbidden zullen vernederd de hel betreden."

اَللّٰہُ الَّذِیۡ جَعَلَ لَکُمُ الَّیۡلَ لِتَسۡکُنُوۡا فِیۡہِ وَ النَّہَارَ مُبۡصِرًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَذُوۡ فَضۡلٍ عَلَی النَّاسِ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یَشۡکُرُوۡنَ ﴿۱۶﴾
040.061 Allahu allathee jaAAala lakumu allayla litaskunoo feehi waalnnahara mubsiran inna Allaha lathoo fadlin AAala alnnasi walakinna akthara alnnasi la yashkuroona
40:61 Allah is Degene Die voor jullie de nacht heeft gemaakt, zodat jullie erin kunnen rusten. En de dag heeft Hij zo gemaakt dat alles zichtbaar is. Zonder twijfel, Allah is vol van gunsten voor de mensheid, echter de meeste mensen zijn niet dankbaar.

ذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمۡ خَالِقُ کُلِّ شَیۡءٍ ۘ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۫ۚ فَاَنّٰی تُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۲۶﴾
040.062 Thalikumu Allahu rabbukum khaliqu kulli shay-in la ilaha illa huwa faanna tu/fakoona
40:62 Dat is Allah! Jullie Heer, de Schepper van alles! Er is geen Deïteit/Godheid dan Hem. Hoe komt het dat jullie misleid zijn?"

کَذٰلِکَ یُؤۡفَکُ الَّذِیۡنَ کَانُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ یَجۡحَدُوۡنَ ﴿۳۶﴾
040.063 Kathalika yu/faku allatheena kanoo bi-ayati Allahi yajhadoona
40:63 Dus degenen die de Ayahs (tekenen, verzen) van Allah verwierpen, werden misleid.

اَللّٰہُ الَّذِیۡ جَعَلَ لَکُمُ الۡاَرۡضَ قَرَارًا وَّ السَّمَآءَ بِنَآءً وَّ صَوَّرَکُمۡ فَاَحۡسَنَ صُوَرَکُمۡ وَ رَزَقَکُمۡ مِّنَ الطَّیِّبٰتِ ؕ ذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمۡ ۚۖ فَتَبٰرَکَ اللّٰہُ رَبُّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۴۶﴾
040.064 Allahu allathee jaAAala lakumu al-arda qararan waalssamaa binaan wasawwarakum faahsana suwarakum warazaqakum mina alttayyibati thalikumu Allahu rabbukum fatabaraka Allahu rabbu alAAalameena
40:64 Allah is Degene Die voor jullie de aarde maakte als een verblijfplaats en de hemel als een overkapping. Hij heeft jullie gevormd, vervolgens jullie vorm perfect gemaakt en heeft jullie voorzien van goede dingen. Dat is Allah jullie Heer. Gezegend is Allah de Heer van de werelden (van de mensen, de djiens en de engelen). (Notitie: Met "de werelden van mensen, de djiens en de engelen" wordt verwezen naar alle habitats/leefomgevingen van mensen, djiens en engelen.)

ہُوَ الۡحَیُّ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ فَادۡعُوۡہُ مُخۡلِصِیۡنَ لَہُ الدِّیۡنَ ؕ اَلۡحَمۡدُ لِلّٰہِ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۵۶﴾
040.065 Huwa alhayyu la ilaha illa huwa faodAAoohu mukhliseena lahu alddeena alhamdu lillahi rabbi alAAalameena
40:65 Hij is Al-Hay (Degene Die altijd leeft en geen enkel vorm van degradatie heeft). Er is geen Deïteit/Godheid dan Hij. Dus roep Hem aan met oprechtheid in 'Dien' (manier van aanbidding, de levenswijze, ethiek, volgens de wetten van Allah). Al-Hamd (Alle lof, eer en dank) komt Allah toe, de Heer van de werelden (van de mensen, de djiens en de engelen).

قُلۡ اِنِّیۡ نُہِیۡتُ اَنۡ اَعۡبُدَ الَّذِیۡنَ تَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ لَمَّا جَآءَنِیَ الۡبَیِّنٰتُ مِنۡ رَّبِّیۡ ۫ وَ اُمِرۡتُ اَنۡ اُسۡلِمَ لِرَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۶۶﴾
040.066 Qul innee nuheetu an aAAbuda allatheena tadAAoona min dooni Allahi lamma jaaniya albayyinatu min rabbee waomirtu an oslima lirabbi alAAalameena
40:66 Zeg: "Voorzeker, het is mij verboden verklaard om degenen die jullie naast Allah aanroepen, te aanbidden. De duidelijke bewijzen van mijn Heer zijn tot me gekomen. Het is mij opgedragen om mezelf te onderwerpen aan de Heer van de werelden (van de mensen, de djiens, en de engelen)."

ہُوَ الَّذِیۡ خَلَقَکُمۡ مِّنۡ تُرَابٍ ثُمَّ مِنۡ نُّطۡفَۃٍ ثُمَّ مِنۡ عَلَقَۃٍ ثُمَّ یُخۡرِجُکُمۡ طِفۡلًا ثُمَّ لِتَبۡلُغُوۡۤا اَشُدَّکُمۡ ثُمَّ لِتَکُوۡنُوۡا شُیُوۡخًا ۚ وَ مِنۡکُمۡ مَّنۡ یُّتَوَفّٰی مِنۡ قَبۡلُ وَ لِتَبۡلُغُوۡۤا اَجَلًا مُّسَمًّی وَّ لَعَلَّکُمۡ تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۷۶﴾
040.067 Huwa allathee khalaqakum min turabin thumma min nutfatin thumma min AAalaqatin thumma yukhrijukum tiflan thumma litablughoo ashuddakum thumma litakoonoo shuyookhan waminkum man yutawaffa min qablu walitablughoo ajalan musamman walaAAallakum taAAqiloona
40:67 Hij is Degene Die jullie (Adam) schiep vanuit (sterren-)stof, vervolgens uit een 'Nutfa' (bevruchte eicel, een mix van mannelijke sperma en de vrouwelijke eicel) tot een 'Alaq' (vastgehechte bloedstolsel) (in de baarmoeder). Vervolgens, brengt Hij jullie naar buiten als een kind, en laat jullie volwassen en uiteindelijk oud worden. En onder jullie zijn er (mensen) die eerder sterven (dan de ouderdom bereikt te hebben), zodat jullie een vastgesteld leeftijd bereiken. (Dit alles is een duidelijk teken) zodat jullie je verstand kunnen gebruiken. (Notitie: zie ook 22:5.)

ہُوَ الَّذِیۡ یُحۡیٖ وَ یُمِیۡتُ ۚ فَاِذَا قَضٰۤی اَمۡرًا فَاِنَّمَا یَقُوۡلُ لَہٗ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ﴿۸۶﴾
040.068 Huwa allathee yuhyee wayumeetu fa-itha qada amran fa-innama yaqoolu lahu kun fayakoonu
40:68 Hij is Degene Die leven geeft en doet sterven. Wanneer Hij iets bepaald, dan zegt Hij alleen: "Koen (Wees!)", en het gebeurt.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ یُجَادِلُوۡنَ فِیۡۤ اٰیٰتِ اللّٰہِ ؕ اَنّٰی یُصۡرَفُوۡنَ ﴿۹۶﴾
040.069 Alam tara ila allatheena yujadiloona fee ayati Allahi anna yusrafoona
40:69 Zie je niet dat degenen die ruzie maken\disputeren over de tekenen van Allah, hoe ze afgekeerd zijn (van het rechte pad)?

الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِالۡکِتٰبِ وَ بِمَاۤ اَرۡسَلۡنَا بِہٖ رُسُلَنَا ۟ۛ فَسَوۡفَ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۰۷﴾
040.070 Allatheena kaththaboo bialkitabi wabima arsalna bihi rusulana fasawfa yaAAlamoona
40:70 Dat zijn degenen die het boek (de openbaring) en datgeen wat Wij daarbij aan Onze boodschappers hebben gezonden (de Sunnah), verwerpen. Maar spoedig zullen ze te weten komen.

اِذِ الۡاَغۡلٰلُ فِیۡۤ اَعۡنَاقِہِمۡ وَ السَّلٰسِلُ ؕ یُسۡحَبُوۡنَ ﴿۱۷﴾
040.071 Ithi al-aghlalu fee aAAnaqihim waalssalasilu yushaboona
40:71 (Het is het moment,) wanneer de ijzeren halsbanden om hun nekken zullen zijn, samen met ketenen. Ze zullen worden gesleept,

فِی الۡحَمِیۡمِ ۬ۙ ثُمَّ فِی النَّارِ یُسۡجَرُوۡنَ ﴿۲۷﴾
040.072 Fee alhameemi thumma fee alnnari yusjaroona
40:72 in het kokend water, vervolgens zullen ze verbrand worden in het vuur.

ثُمَّ قِیۡلَ لَہُمۡ اَیۡنَ مَا کُنۡتُمۡ تُشۡرِکُوۡنَ ﴿۳۷﴾
040.073 Thumma qeela lahum ayna ma kuntum tushrikoona
40:73 Daarna, zal er tegen hen worden gezegd: "Waar is datgeen wat jullie aan deelgenoten toekenden,

مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ؕ قَالُوۡا ضَلُّوۡا عَنَّا بَلۡ لَّمۡ نَکُنۡ نَّدۡعُوۡا مِنۡ قَبۡلُ شَیۡئًا ؕ کَذٰلِکَ یُضِلُّ اللّٰہُ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۴۷﴾
040.074 Min dooni Allahi qaloo dalloo AAanna bal lam nakun nadAAoo min qablu shay-an kathalika yudillu Allahu alkafireena
40:74 naast Allah?" Ze zullen zeggen: "Ze hebben ons verlaten! Wij hebben niets aangeroepen!" Dit is hoe Allah de ongelovigen laat dwalen (in hun eigen leugens).

ذٰلِکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَفۡرَحُوۡنَ فِی الۡاَرۡضِ بِغَیۡرِ الۡحَقِّ وَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَمۡرَحُوۡنَ ﴿۵۷﴾
040.075 Thalikum bima kuntum tafrahoona fee al-ardi bighayri alhaqqi wabima kuntum tamrahoona
40:75 "Dat is omdat jullie blij waren op de aarde met dingen die niet gebaseerd waren op waarheid. Jullie waren extreem blij (in de dwaling)."

اُدۡخُلُوۡۤا اَبۡوَابَ جَہَنَّمَ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ۚ فَبِئۡسَ مَثۡوَی الۡمُتَکَبِّرِیۡنَ ﴿۶۷﴾
040.076 Odkhuloo abwaba jahannama khalideena feeha fabi/sa mathwa almutakabbireena
40:76 "Betreed de poorten van de hel om er voor eeuwig in te blijven! Zeer ellendig is de plaats van degenen die hoogmoedig zijn."

فَاصۡبِرۡ اِنَّ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقٌّ ۚ فَاِمَّا نُرِیَنَّکَ بَعۡضَ الَّذِیۡ نَعِدُہُمۡ اَوۡ نَتَوَفَّیَنَّکَ فَاِلَیۡنَا یُرۡجَعُوۡنَ ﴿۷۷﴾
040.077 Faisbir inna waAAda Allahi haqqun fa-imma nuriyannaka baAAda allathee naAAiduhum aw natawaffayannaka fa-ilayna yurjaAAoona
40:77 (O profeet Mohammed v.z.m.h.) Wees dus geduldig. Zonder twijfel, de belofte van Allah is waar. Als Wij een gedeelte van wat Wij hen hebben toegezegd (de straf), jou laten zien of als Wij jou doen sterven, (zodat Allah alleen een Getuige is over datgeen wat ze doen, in beide gevallen) zal hun terugkeer tot Ons zijn. (Notitie: zie ook 10:46.)

وَ لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَا رُسُلًا مِّنۡ قَبۡلِکَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ قَصَصۡنَا عَلَیۡکَ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ لَّمۡ نَقۡصُصۡ عَلَیۡکَ ؕ وَ مَا کَانَ لِرَسُوۡلٍ اَنۡ یَّاۡتِیَ بِاٰیَۃٍ اِلَّا بِاِذۡنِ اللّٰہِ ۚ فَاِذَا جَآءَ اَمۡرُ اللّٰہِ قُضِیَ بِالۡحَقِّ وَ خَسِرَ ہُنَالِکَ الۡمُبۡطِلُوۡنَ ﴿۸۷﴾
040.078 Walaqad arsalna rusulan min qablika minhum man qasasna AAalayka waminhum man lam naqsus AAalayka wama kana lirasoolin an ya/tiya bi-ayatin illa bi-ithni Allahi fa-itha jaa amru Allahi qudiya bialhaqqi wakhasira hunalika almubtiloona
40:78 Waarlijk, Wij hebben (eerder) boodschappers voor (de generaties die voor) jou (leefden) gestuurd. Over sommige hebben Wij jou verteld en over andere hebben Wij jou niet verteld. Het is niet door de wil van een boodschapper dat hij een Ayah (vers/teken) brengt, het gebeurt alleen met de toestemming van Allah. Dus als het bevel van Allah komt, zal de kwestie met de waarheid worden beslist, en de volgelingen van onwaarheid zullen dan verloren gaan.

اَللّٰہُ الَّذِیۡ جَعَلَ لَکُمُ الۡاَنۡعَامَ لِتَرۡکَبُوۡا مِنۡہَا وَ مِنۡہَا تَاۡکُلُوۡنَ ﴿۹۷﴾
040.079 Allahu allathee jaAAala lakumu al-anAAama litarkaboo minha waminha ta/kuloona
40:79 Allah is Degene Die het vee voor jullie heeft gemaakt, zodat jullie sommige ervan kunnen berijden en andere ervan kunnen eten.

وَ لَکُمۡ فِیۡہَا مَنَافِعُ وَ لِتَبۡلُغُوۡا عَلَیۡہَا حَاجَۃً فِیۡ صُدُوۡرِکُمۡ وَ عَلَیۡہَا وَ عَلَی الۡفُلۡکِ تُحۡمَلُوۡنَ ﴿۰۸﴾
040.080 Walakum feeha manafiAAu walitablughoo AAalayha hajatan fee sudoorikum waAAalayha waAAala alfulki tuhmaloona
40:80 Voor jullie zijn er voordelen in hem en zodat jullie via hen een behoefte kunnen bevredigen dat in de harten is. Zowel op hen als op de schepen worden jullie gedragen.

وَ یُرِیۡکُمۡ اٰیٰتِہٖ ٭ۖ فَاَیَّ اٰیٰتِ اللّٰہِ تُنۡکِرُوۡنَ ﴿۱۸﴾
040.081 Wayureekum ayatihi faayya ayati Allahi tunkiroona
40:81 Hij toont jullie Zijn tekenen. Welke van Allah's tekenen willen jullie dan verwerpen?

اَفَلَمۡ یَسِیۡرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ فَیَنۡظُرُوۡا کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ کَانُوۡۤا اَکۡثَرَ مِنۡہُمۡ وَ اَشَدَّ قُوَّۃً وَّ اٰثَارًا فِی الۡاَرۡضِ فَمَاۤ اَغۡنٰی عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۲۸﴾
040.082 Afalam yaseeroo fee al-ardi fayanthuroo kayfa kana AAaqibatu allatheena min qablihim kanoo akthara minhum waashadda quwwatan waatharan fee al-ardi fama aghna AAanhum ma kanoo yaksiboona
40:82 Reizen ze niet op de aarde en zien ze niet hoe het einde was van de generaties die voor hen hebben geleefd? Ze waren groter in aantal, sterker in kracht en hadden meer sporen (van bouwwerken) op de aarde dan hen. Echter, datgeen wat ze deden (verdienden) gaf hen geen enkel voordeel. (Notitie: zie ook 40:21)

فَلَمَّا جَآءَتۡہُمۡ رُسُلُہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ فَرِحُوۡا بِمَا عِنۡدَہُمۡ مِّنَ الۡعِلۡمِ وَ حَاقَ بِہِمۡ مَّا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۳۸﴾
040.083 Falamma jaat-hum rusuluhum bialbayyinati farihoo bima AAindahum mina alAAilmi wahaqa bihim ma kanoo bihi yastahzi-oona
40:83 Toen hun boodschappers met duidelijke bewijzen tot hen kwamen, (bespotten ze de boodschap en) genoten ze van (de dingen die verkregen waren op basis van) de kennis die ze hadden. Echter, datgeen wat ze bespotten (de straf) omringde hen.

فَلَمَّا رَاَوۡا بَاۡسَنَا قَالُوۡۤا اٰمَنَّا بِاللّٰہِ وَحۡدَہٗ وَ کَفَرۡنَا بِمَا کُنَّا بِہٖ مُشۡرِکِیۡنَ ﴿۴۸﴾
040.084 Falamma raaw ba/sana qaloo amanna biAllahi wahdahu wakafarna bima kunna bihi mushrikeena
40:84 Toen ze Onze straf zagen, zeiden ze: "We geloven in Allah alleen en verwerpen datgeen wat we aan Hem toekenden/associeerden."

فَلَمۡ یَکُ یَنۡفَعُہُمۡ اِیۡمَانُہُمۡ لَمَّا رَاَوۡا بَاۡسَنَا ؕ سُنَّتَ اللّٰہِ الَّتِیۡ قَدۡ خَلَتۡ فِیۡ عِبَادِہٖ ۚ وَ خَسِرَ ہُنَالِکَ الۡکٰفِرُوۡنَ ﴿۵۸﴾
040.085 Falam yaku yanfaAAuhum eemanuhum lamma raaw ba/sana sunnata Allahi allatee qad khalat fee AAibadihi wakhasira hunalika alkafiroona
40:85 Echter, op het moment dat ze Onze straf zagen, gaf hun geloof hen geen (enkel) voordeel. Dit is de handelswijze van Allah welke (al eerder) op Zijn dienaren is toegepast. Dus daar (, op het moment wanneer het bevel wordt gegeven, dan) hebben de ongelovigen verloren.


www.heiligekoran.nl